Staatssecretaris Jurgen Nobel (Participatie en Integratie) kondigt vijf nieuwe maatregelen aan die de regeldruk in de kinderopvang moeten verlagen, terwijl kwaliteit en veiligheid gewaarborgd blijven. Eerder dit jaar zette hij al stappen voor de gastouderopvang. Met deze maatregelen geeft hij uitvoering aan een motie van de Tweede Kamer. Een van de belangrijkste wijzigingen gaat over de structurele inzet van beroepskrachten in opleiding.
Sinds 2022 mogen kinderdagverblijven en bso’s tot 50% van hun bezetting laten bestaan uit pedagogisch medewerkers in opleiding. Voorheen was dat 33%. Deze tijdelijke verruiming werd ingevoerd om de werkdruk te verlagen en de personeelstekorten op te vangen. Nobel wil deze regeling – die nu loopt tot 1 juli 2026 – definitief maken.
De aanleiding is duidelijk: de arbeidskrapte blijft groot. Door de verruiming krijgen organisaties meer flexibiliteit bij ziekte, pauzes en roosterproblemen, waardoor groepen minder vaak hoeven te sluiten. Wel benadrukt de staatssecretaris dat goede begeleiding van studenten belangrijk blijft. Hij gaat daarom met de sector in gesprek over de borging van kwaliteit en begeleiding.
Daarnaast werkt Nobel aan andere vereenvoudigingen. Zo wil hij de verplichting voor bso’s om kinderen in een vaste basisgroep op te vangen schrappen en onderzoekt hij hoe het oorspronkelijke doel van deze regel anders ingevuld kan worden. Ook komt er meer helderheid over de mentorrol in het kinderdagverblijf, de regels rondom opvang in een tweede stamgroep en de inzet van pedagogisch beleidsmedewerkers. Voor deze wijzigingen is aanpassing van wet- en regelgeving nodig.
Tot slot zet de staatssecretaris in op betere communicatie over bestaande regels. In de praktijk blijkt regelmatig dat organisaties niet precies weten welke verplichtingen gelden. Dat zorgt voor verwarring en de indruk dat er meer regels zijn dan nodig. Duidelijkheid hierover moet de sector aantrekkelijker maken voor zowel ondernemers als pedagogisch professionals.