In steeds meer vacatureteksten en organisaties duiken functienamen op als junior pedagogisch professional, senior pedagogisch professional, of andere varianten. Ze klinken aantrekkelijk, modern en alsof ze doorgroeimogelijkheden aanduiden, maar één ding is zeker:
Deze functies bestaan niet in de cao Kinderopvang.
Officiële functietitels binnen de cao Kinderopvang
Sinds de cao Kinderopvang 2025–2026 zijn de officiële functienamen voor de pedagogische functies:
- Pedagogisch professional (voorheen pedagogisch medewerker)
- Groepsondersteuner (voorheen groepshulp)
- Pedagogisch professional in opleiding (BBL / derde leerweg)
- Pedagogisch coach
- Leidinggevende en ondersteunende functies volgens het functieboek
Deze functienamen zijn bindend. Ze bepalen functie-inhoud, verantwoordelijkheden én inschaling.
Waarom “junior”, “senior” en “medior” geen officiële functies zijn
In commerciële sectoren zijn functietitels met niveaus heel normaal. In de kinderopvang niet. Dat is een bewuste keuze, want de cao bepaalt dat:
- de functiematrix geen junior/medior/senior-niveaus bevat,
- functietitels vastliggen,
- inschaling alleen mag volgens de cao,
- afwijken van de cao verboden is, ook als het “positief bedoeld” is.
Een functietitel als “senior pedagogisch professional” klinkt aantrekkelijk, maar heeft geen enkele juridische status. Je kan er simpelweg nooit naar verwijzen in de CAO.
Standaard-cao: afwijken mag nooit, zelfs niet in het voordeel van de werknemer
Een standaard-cao is strenger dan een minimum-cao. Dat betekent:
- Werkgevers mogen niet slechtere afspraken maken.
- Werkgevers mogen óók geen betere afspraken maken buiten de cao om.
- Alleen wat de cao zélf toestaat, mag worden toegepast.
Veel mensen denken dat een werkgever “altijd meer mag geven”. Maar in een standaard-cao is dat niet toegestaan. Alleen bij een selectie van een aantal artikelen onder voorwaarden. (zie verder op in dit artikel).
Daarmee voorkomt de sector ongelijkheid, verschillen tussen organisaties, loonconcurrentie en minder transparantie. Alle pedagogisch professionals in Nederland horen dezelfde basis van functie-inhoud en inschaling te hebben.
Inschaling moet ook 100% volgens de cao: afwijkingen veroorzaken scheefgroei
Door personeelstekorten zijn organisaties soms geneigd af te wijken van de cao-inschaling. Bijvoorbeeld:
- extra treden geven om iemand binnen te halen,
- ervaringsjaren anders interpreteren,
- “senior”-titels koppelen aan een hogere schaal,
- of nieuwe functies met eigen salarissen introduceren.
Dat lijkt in eerste instantie onschadelijk of zelfs positief, maar het veroorzaakt wel problemen:
- Scheefgroei: een collega met bijvoorbeeld 4 jaar ervaring zit ineens hoger dan één met 8 jaar.
- Onrust: medewerkers begrijpen de verschillen niet meer.
- Ongelijkheid: gelijke functies worden ongelijk beloond.
- Branchescheefheid: werkgevers die wél de cao volgen lijken “streng”.
Daarbij komt: medewerkers vragen soms zélf om iets dat de cao overschrijdt: extra trede, seniorstatus, andere interpretatie van ervaring. Maar zodra een werkgever iets doet dat nadelig is voor de medewerker, wordt dat (terecht) zwaar bekritiseerd.
Daarom geldt: je kunt een cao niet half overtreden. De cao geldt altijd, voor iedereen, in alle situaties.
Hoe herken je een “organisatie-specifieke functie”?
Dit zijn functietitels die niet bestaan in de cao Kinderopvang:
- Junior pedagogisch professional
- Senior pedagogisch professional
- Medior PM
Ze mogen in marketing gebruikt worden, maar je kan eigenlijk niet in contracten naar deze functies verwijzen omdat deze niet in de cao voorkomen.
Waarom afwijkingen schadelijk zijn voor de branche
Afwijkingen leiden tot:
- verwarring bij medewerkers (“dit deed mijn vorige werkgever ook”)
- druk op organisaties die wél conform de cao toepassen (die worden mogelijk scheef aangekeken terwijl ze wel conform de cao werken)
- verwachtingen die niet bij de sector horen
- een ongelijk speelveld
De cao is er juist om rust, duidelijkheid en gelijkheid in een (grotendeels) publiek gefinancierde sector te waarborgen.
Respect voor CAO
De functietitels pedagogisch professional en groepsondersteuner zijn de enige officiële titels volgens het functieboek van de CAO kinderopvang. Titels als junior, medior, senior of zijn fantasievarianten zonder cao-status.
Afwijken van de cao; in functietitel of salaris; is niet toegestaan en leidt tot scheefgroei, onrust en ongelijkheid. Een sterke sector vraagt om helderheid, uniformiteit en respect voor de cao.
Wanneer mag wel worden afgeweken van de cao Kinderopvang?
Omdat de cao een standaard-cao is, mag afwijken alleen waar de cao dat expliciet noemt. Dat betreft uitsluitend de volgende situaties, bijna altijd met instemming van OR of PVT.
1. Ontheffing van de cao (artikel 1.5)
- Alleen bij dubbele werkingssfeer met een andere cao
- Alleen met instemming OR/PVT
- Vakbonden moeten betrokken worden
- Voorwaarden voor medewerkers mogen niet verslechteren
2. Maatwerkafspraken (artikel 1.7)
Toegestaan voor o.a.:
- Niet-groepsgebonden werk
- Locaties voor oproepkrachten
- Personeelsbeleid en gedragscode
- Arbeidsomstandighedenbeleid
- Basisrooster en jaarurensystematiek
- Toepassing arbeidstijdenwet
- Diverse vergoedingen (reiskosten, verhuiskosten, thuiswerk, apparatuur)
- Opleiding, beoordeling en rouwbeleid
- Reorganisatie, fusie, bestuurssamenstelling
3. Differentiatie binnen functies (bijlage 1 artikel 2)
Functievarianten zijn toegestaan, mits:
- de basisfunctie blijft gelden,
- MNT-waardering wordt toegepast,
- de functie binnen de cao-schalen valt,
- er geen alternatieve functietitels worden gebruikt.
4. Overgangsregelingen
Alleen van toepassing bij fusies, reorganisaties of overgang naar een andere cao, en altijd volgens de cao-bijlagen.
Samenvatting
Buiten deze expliciete uitzonderingen is geen enkele afwijking toegestaan. Niet voor functietitels, niet voor inschaling en dus ook niet vanwege personeelstekort.