Op 1 januari kun je nog verlofuren uit het voorgaande kalenderjaar hebben, zoals bovenwettelijke uren die je hebt meegenomen of uren die je aan je levensfasebudget hebt toegevoegd. Ook wettelijke uren mogen (zolang ze niet vervallen) worden opgenomen.
Voor het nieuwe kalenderjaar start je verlofopbouw echter in principe met 0 uur.
Je bouwt je verlofrechten namelijk verspreid over het hele kalenderjaar op. Dat betekent dat je pas op 31 december het volledige aantal verlofuren hebt opgebouwd dat hoort bij dat jaar. Je saldo groeit dus mee naarmate je werkt.
Veel organisaties tonen in het verlofsysteem alvast het (verwachte) aantal verlofuren voor het komende jaar of voor de resterende contractperiode. Dat geeft je een handige indicatie, maar het blijft een prognose: de daadwerkelijke opbouw vindt gedurende het jaar plaats.
Verlof opbouwen volgens de cao Kinderopvang
Werk je volgens de cao Kinderopvang en heb je een fulltime contract van 36 uur per week? Dan bouw je de volgende vakantie-uren op:
1. Wettelijke vakantie-uren – 144 uur per jaar
Iedere werknemer in Nederland heeft recht op een minimum aan vakantie: 4 keer de arbeidsduur per week. Bij 36 uur per week komt dat neer op 144 uur wettelijke vakantie per kalenderjaar.
- Deze uren zijn bedoeld voor rust en herstel.
- Volgens de wet mogen wettelijke vakantie-uren tijdens je dienstverband niet worden uitbetaald.
- Wettelijke uren vervallen 6 maanden na het einde van het kalenderjaar waarin je ze hebt opgebouwd – dus op 1 juli van het volgende jaar, tenzij je ze door bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld langdurige ziekte) niet kon opnemen.
2. Bovenwettelijke vakantie-uren (verlofbudget) – 66 uur per jaar
De cao Kinderopvang kent daarbovenop bovenwettelijke uren. Bij een fulltime dienstverband heb je recht op 66 uur bovenwettelijk verlof per jaar.
Samengevat bij een fulltime dienstverband (36 uur):
144 uur wettelijk + 66 uur bovenwettelijk = 210 uur verlof per jaar.
Achtergrond: waarom bestaan bovenwettelijke verlofuren?
Bovenwettelijke verlofuren zijn ooit ingevoerd als een manier om allerlei kleine, specifieke verlofregelingen samen te voegen tot één overzichtelijke en eerlijke regeling. Vroeger bestonden er bijvoorbeeld afzonderlijke verlofdagen voor situaties zoals een verhuizing, trouwdag van een familielid, of andere persoonlijke gebeurtenissen.
In de praktijk leidde dat systeem soms tot scheve situaties. Wat als jij twintig jaar lang niet verhuist en dus nooit een verhuisdag nodig hebt, terwijl een ander bijna elke twee maanden verhuist en telkens verlof kan opnemen? Het verschil in gebruik was groot en voelde niet altijd eerlijk of evenwichtig.
Daarom is ervoor gekozen om al deze losse redenen te bundelen in één potje: de bovenwettelijke verlofuren. Zo ontstaat er een gelijk speelveld voor iedereen. Iedere medewerker krijgt hetzelfde aantal uren, en kan zelf kiezen hoe deze het beste worden ingezet: opnemen, sparen, of bijvoorbeeld toevoegen aan het levensfasebudget.
Deze systematiek geeft medewerkers meer vrijheid en voorkomt dat de ene medewerker veel vaker vrij kan zijn voor persoonlijke gebeurtenissen dan de andere, simpelweg door omstandigheden.
Wat kun je doen met je bovenwettelijke uren?
- Extra vrije dagen opnemen.
- Uren sparen (maximaal 66 uur per jaar, tot in totaal 330 uur).
- Uren toevoegen aan je levensfasebudget.
- Uren op jouw verzoek laten uitbetalen.
Let op: verlofopbouw kan per systeem verschillen
Verlof wordt altijd naar rato opgebouwd, maar verschillende HR- en verlofsystemen kunnen verschillende rekenmethodes gebruiken. Daardoor kan je tussentijdse saldo soms iets afwijken van wat je zelf verwacht. Over het hele kalenderjaar is de uitkomst altijd gelijk, maar maandelijks kunnen er kleine verschillen ontstaan.
Veelvoorkomende rekenmethodes
- 1. Verdelen over 12 gelijke maanden
Het totale jaarrecht wordt door 12 gedeeld.
Je bouwt dan in februari evenveel uren op als in januari, ook al heeft februari minder dagen.
→ Eenvoudig, maar niet altijd exact per maand. - 2. Op basis van kalenderdagen (365 dagen per jaar)
Het systeem rekent per kalenderdag en bouwt af op basis van het aantal dagen per maand.
→ Maanden met meer dagen leveren meer opbouw op. - 3. Op basis van werkbare of SV-dagen (bijvoorbeeld 260 werkdagen per jaar)
Het recht wordt verdeeld over alle werkbare dagen van het jaar.
→ Maanden met meer werkdagen geven dan meer opbouw.
Goed om te weten: welke methode jouw organisatie gebruikt, heeft geen invloed op je totale verlofrecht. Aan het einde van het jaar kom je altijd uit op hetzelfde aantal uren. Alleen het tussentijdse saldo kan iets verschillen.
Voorbeeld: hoeveel verlof bij een contract van 24 uur per week?
Verlofuren worden naar rato berekend. Heb je een contract van 24 uur per week (twee derde van fulltime), dan bouw je ook twee derde van de verlofuren op.
Berekening:
- Wettelijke vakantie-uren (fulltime 144 uur): 24 / 36 × 144 = 96 uur per jaar
- Bovenwettelijke vakantie-uren (fulltime 66 uur): 24 / 36 × 66 = 44 uur per jaar
Totaal verlof bij een 24-urige werkweek: 96 uur (wettelijk) + 44 uur (bovenwettelijk) = 140 uur vakantieverlof per jaar
Ook hier geldt:
- Wettelijke uren mogen niet worden uitbetaald (tijdens dienstverband).
- Bovenwettelijke uren mogen worden uitbetaald, gespaard of toegevoegd aan het levensfasebudget.
- Wettelijke uren vervallen op 1 juli van het volgende kalenderjaar.
Verlofopbouw bij een nuluren- of oproepcontract
Ook met een nulurencontract of oproepcontract bouw je verlof op. Je hebt namelijk recht op vakantie-uren over de uren die je daadwerkelijk werkt. De verlofopbouw gebeurt daarom naar rato van je gewerkte uren.
In de kinderopvang geldt bij een fulltime dienstverband een totaal van 210 uur verlof per jaar (144 uur wettelijk + 66 uur bovenwettelijk). Bij een fulltime jaaromvang van 1872 uur, waarvan 210 uur verlof, betekent dat:
- Werkuren per jaar: 1872 uur – 210 uur verlof = 1662 gewerkte uren
- Verlofrecht per gewerkt uur: 210 ÷ 1662 ≈ 0,126 uur per gewerkt uur
- Dat is ongeveer 12,6% verlofopbouw over ieder gewerkt uur.
Rekenvoorbeeld: oproepkracht
Stel: je werkt in één maand 48 uur in de kinderopvang.
48 uur × 0,126 uur verlof per gewerkt uur ≈ 6,1 uur verlofopbouw.
In dit voorbeeld bouw je dus ongeveer 6,1 uur verlof op.
Uitbetalen in plaats van opsparen
Sommige werkgevers kiezen ervoor om bij oproepkrachten de verlofopbouw direct uit te betalen met het salaris. Dat heet ook wel uitbetaling vakantie-uren of verloftoeslag.
Je krijgt dan geen verlofsaldo in uren, maar ontvangt de waarde ervan direct in geld. Op je loonstrook zie je dan een aparte regel, bijvoorbeeld “vakantie-uren uitbetaald”.
Let op: dit moet duidelijk zijn afgesproken en correct op je loonstrook staan. De werkgever moet kunnen uitleggen welk percentage wordt gebruikt.
Voordeel en nadeel
- Voordeel: je krijgt het geld direct uitbetaald, handig bij wisselende uren.
- Nadeel: je bouwt geen betaalde vakantie-uren op; vrije dagen zijn dan in principe onbetaald.
Weet je niet zeker of jij verlof in uren opbouwt of dat het direct wordt uitbetaald? Check dan je loonstrook of vraag het na bij je werkgever.
Verlof uitbetalen: wat mag wel en wat niet?
Niet uitbetalen: wettelijke vakantie-uren
De regel dat wettelijke vakantie-uren niet mogen worden uitbetaald zolang je nog in dienst bent, komt uit de wet (Burgerlijk Wetboek), niet uit de cao. Het uitgangspunt is dat je deze uren echt gebruikt om te herstellen.
Wel uitbetalen: bovenwettelijke uren
- Bovenwettelijke uren (de 66 uur bij fulltime) mogen op jouw verzoek worden uitbetaald.
- De werkgever mag er ook voor kiezen om bijvoorbeeld 26 bovenwettelijke uren automatisch in december uit te betalen, mits dit vooraf duidelijk is afgesproken en jij de vrijheid houdt om je uren anders in te zetten (opnemen, sparen, levensfasebudget).
Bij einde dienstverband
Als je uit dienst gaat, moeten alle niet opgenomen vakantie-uren worden afgerekend:
- Alle niet opgenomen wettelijke vakantie-uren worden uitbetaald.
- Alle niet opgenomen bovenwettelijke vakantie-uren worden ook uitbetaald.
Misverstand: betaal je extra belasting over uitbetaling van verlofuren?
Er bestaat een hardnekkig idee dat je over uitbetaling van verlofuren of andere extra inkomsten meer belasting betaalt dan over je gewone salaris. Dat klopt niet. In Nederland betaal je belasting over je totale jaarinkomen, niet over losse betalingen.
Salarissystemen houden bij elke betaling rekening met het verwachte jaarinkomen en heffingskortingen. Wanneer je verlofuren laat uitbetalen, kan het lijken alsof je meer belasting betaalt, maar dat komt doordat het systeem uitgaat van een verwacht jaarinkomen en de heffingskorting al verrekend is met de maandelijkse salarissen. Zie hier voor een rekenvoorbeeld.
Wanneer kun je wél effecten merken?
Een hoger jaarinkomen kan gevolgen hebben voor zaken zoals toeslagen of het uiteindelijke bedrag dat je moet bijbetalen of terugkrijgt. Maar datzelfde effect treedt ook op bij:
- een periodieke salarisverhoging,
- cao-loonsverhogingen,
- meer uren gaan werken,
- of het hebben van meerdere werkgevers in één jaar.
Laat je dus verlofuren uitbetalen, dan stijgt eenvoudigweg je jaarinkomen en daar betaal je belasting over volgens de geldende schijven. Niet meer en niet minder.
Tip: Heb je wisselende inkomsten of meerdere werkgevers? Bekijk aan het einde van het jaar of er wellicht te veel belasting is ingehouden. Het doen van aangifte helpt om alles goed recht te zetten.
Overzicht: jouw verlof in één oogopslag
| Soort uren (fulltime) | Aantal per jaar | Mag worden uitbetaald tijdens dienstverband? | Verval / termijn |
|---|---|---|---|
| Wettelijke vakantie-uren | 144 uur | Niet tijdens dienstverband | Vervallen op 1 juli na het kalenderjaar van opbouw |
| Bovenwettelijke vakantie-uren | 66 uur | Ja, op verzoek medewerker | Geen vaste vervaldatum in de cao; sparen tot 330 uur mogelijk |
| Gespaarde uren / levensfasebudget | Afhankelijk van inleg | In overleg (bij opname of uitdiensttreding) | Verjaren niet binnen de huidige cao-periode |