Hitteprotocol in de kinderopvang: wat moet, wat mag en wat doe je op de groep?

Warme dagen kunnen heerlijk zijn, maar in de kinderopvang vragen ze ook om extra alertheid. Jonge kinderen voelen en benoemen niet altijd op tijd dat ze het te warm hebben. Daarom hebben pedagogisch medewerkers een belangrijke rol: kijken, meten, aanpassen en op tijd opschalen.

Een hitteprotocol helpt daarbij. Het geeft duidelijkheid over wat je doet bij warm weer, wanneer maatregelen nodig zijn en wanneer je als team moet opschalen. Belangrijk daarbij is: wat nodig of wenselijk is, kan per locatie verschillen. Een groep met airco vraagt soms om andere maatregelen dan een warme bovenverdieping zonder zonwering. Ook maakt het uit of ramen open kunnen, of een ruimte op de zon ligt, of er voldoende schaduw is en hoe goed er geventileerd kan worden.

Is een hitteprotocol verplicht?

Er staat niet letterlijk in de wet dat ieder kindercentrum een document moet hebben met de titel hitteprotocol. Toch is de verplichting in de praktijk duidelijk. Kinderopvangorganisaties moeten zorgen voor veilige en gezonde opvang en moeten een actueel veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben.

Hitte is een gezondheidsrisico. Daarom hoort hitte terug te komen in het veiligheids- en gezondheidsbeleid, in de afspraken op locatie en in de werkwijze op de groep.

Ook voor medewerkers geldt een zorgplicht. Volgens het Arbobesluit mag de temperatuur op de werkplek geen schade veroorzaken aan de gezondheid van werknemers. Er is geen vaste wettelijke maximumtemperatuur, maar werkgevers moeten wel maatregelen nemen om gezondheidsklachten door warmte te voorkomen.

Wat moet?

Een goed hitteprotocol moet vooral praktisch zijn. Medewerkers moeten snel kunnen zien: wanneer gaat het protocol in, wie doet wat, welke maatregelen nemen we, wanneer informeren we ouders en wanneer schakelen we op?

1. Duidelijk maken wanneer het protocol ingaat

Het RIVM adviseert dat maatregelen belangrijk zijn als het binnen warmer wordt dan 25°C. Het is daarom logisch om het hitteprotocol te activeren bij een weersverwachting van 25°C of hoger, of zodra een groepsruimte of slaapkamer 25°C bereikt.

2. Per locatie en ruimte beoordelen wat nodig is

Een hitteprotocol is geen standaardlijstje dat overal precies hetzelfde werkt. Wat nodig is, hangt af van de locatie en soms zelfs van de ruimte. Kijk bijvoorbeeld naar:

  • is er airco of een andere vorm van koeling?
  • kunnen ramen veilig open?
  • ligt de ruimte op het zuiden of vol in de zon?
  • is er buitenzonwering, zoals screens, luifels of bomen?
  • warmt een slaapkamer sneller op dan de groepsruimte?
  • is er voldoende ventilatie?
  • zijn er koele ruimtes waar een groep tijdelijk naartoe kan?
  • is er buiten voldoende schaduw?

De GGD/RIVM-handreiking Hitte op kinderdagverblijven adviseert daarom om hittebeleid locatiespecifiek te maken. Een locatie met veel schaduw, goede ventilatie en airco kan andere keuzes maken dan een locatie waar ruimtes snel opwarmen en ramen beperkt open kunnen.

3. Afspraken maken over maatregelen op de groep

Bijvoorbeeld:

  • zonwering op tijd sluiten, dus voordat de zon vol naar binnen staat;
  • ramen en deuren slim gebruiken: open als het verkoelt, dicht als warme lucht juist naar binnen komt;
  • airco of ventilatie gebruiken volgens de afspraken van de locatie;
  • onnodige warmtebronnen uitzetten;
  • extra drinkmomenten aanbieden;
  • rustige activiteiten plannen;
  • buiten spelen verplaatsen naar koelere momenten;
  • spelen in de schaduw;
  • geen intensief rennen of sporten op het heetste moment van de dag;
  • slaapkamers extra controleren;
  • baby’s niet te warm aankleden of toedekken.

4. Kinderen beschermen tegen zon en UV

Bij zonkracht 3 of hoger geldt: weren, kleren, smeren. Vanaf zonkracht 5 adviseert het RIVM om tussen 12.00 en 15.00 uur zoveel mogelijk uit de zon te blijven. Kinderen jonger dan 2 jaar blijven bij voorkeur uit de directe zon.

5. Vastleggen wat je doet bij klachten

Let op signalen van oververhitting of uitdroging, zoals sufheid, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid, snelle hartslag, weinig plassen of heel warm aanvoelen. Breng een kind direct naar een koele plek, bied drinken aan als dat veilig kan, koel het kind en schakel volgens het protocol hulp in. Bij ernstige klachten of twijfel: bel medische hulp of 112.

6. Medewerkers beschermen

Hitte raakt niet alleen kinderen. Ook pedagogisch medewerkers werken soms in warme ruimtes, tillen kinderen, lopen veel en moeten alert blijven. Volgens het Arboportaal moet de werkgever maatregelen nemen als warmte risico’s oplevert voor werknemers.

Denk aan voldoende pauzes, extra drinken, taken afwisselen, werken in koelere ruimtes waar dat kan en hitte opnemen in de RI&E.

Wat mag?

Er is geen landelijke wettelijke maximumtemperatuur voor kinderopvangruimtes. Er is ook geen landelijke sluitingsgrens. Organisaties mogen daarom eigen keuzes maken, zolang die goed onderbouwd zijn en passen bij veilige en gezonde opvang.

Dat betekent ook dat maatregelen per locatie mogen verschillen. Op de ene locatie is het misschien voldoende om zonwering vroeg te sluiten, extra te drinken en buitenactiviteiten aan te passen. Op een andere locatie kan sneller extra actie nodig zijn, bijvoorbeeld omdat een slaapkamer op de zon ligt, ramen niet goed open kunnen of er geen airco is.

Een kinderopvangorganisatie mag bijvoorbeeld zelf bepalen:

  • bij welke temperatuur het hitteprotocol ingaat;
  • welke maatregelen per locatie of ruimte nodig zijn;
  • wanneer airco, ventilatoren, zonwering of extra ventilatie worden ingezet;
  • wanneer buitenactiviteiten worden ingekort of gestopt;
  • wanneer groepen naar een koelere ruimte gaan;
  • wanneer ouders extra informatie krijgen;
  • wanneer aangepaste opvang of gedeeltelijke sluiting aan de orde kan zijn.

Belangrijk is wel dat deze keuzes vooraf zijn vastgelegd. Sluiten of het dagprogramma fors aanpassen moet uitlegbaar en toetsbaar zijn. Werk daarom niet alleen met één getal, maar kijk ook naar de omstandigheden op de locatie: binnentemperatuur, buitentemperatuur, zonkracht, hittekracht, luchtvochtigheid, schaduw, ventilatie, airco, ramen, zonligging en de conditie van kinderen en medewerkers.

Praktisch op de groep: zo werk je met het hitteprotocol

Voor opening

Check de weersverwachting, zonkracht en hittekracht. Kijk daarnaast naar de eigen locatie: welke ruimtes worden snel warm, staat de zon al op de ramen, kan er nog koel geventileerd worden en zijn er ruimtes die vandaag beter geschikt zijn voor rust of spel?

In de ochtend

Sluit zonwering voordat de zon naar binnen staat. Meet de temperatuur in groepsruimtes en slaapkamers. Zet onnodige warmtebronnen uit. Gebruik airco, ramen en ventilatie volgens de afspraken van de locatie. Bespreek kort met collega’s welke aanpassingen nodig zijn.

Tijdens de dag

Bied vaker water aan, plan rustige activiteiten, vermijd intensieve inspanning en kies voor schaduw. Controleer baby’s en slapende kinderen extra. Let ook op jezelf en collega’s: neem pauzes, wissel taken af en geef aan wanneer het te zwaar wordt.

Bij buitenspelen

Kijk niet alleen naar de temperatuur, maar ook naar zonkracht, schaduw en hittekracht. Een plein met veel schaduw en watermogelijkheden vraagt om andere keuzes dan een plein dat vol in de zon ligt. Bij hogere zonkracht of benauwde hitte kan een kort rustig buitenmoment beter zijn dan lang buitenspelen. Bij zonkracht 5 of hoger is tussen 12.00 en 15.00 uur zoveel mogelijk uit de zon blijven het uitgangspunt.

Aan het einde van de dag

Noteer bijzonderheden: hoge temperaturen, genomen maatregelen, warme ruimtes, kinderen met klachten, oudercontact en verbeterpunten. Zo wordt duidelijk welke maatregelen op deze locatie goed werken en waar aanpassing nodig is.

Waarom dit belangrijk is

De GGD houdt toezicht op de kwaliteit van kinderopvang. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en schakelen daarvoor GGD’en in. Toezichthouders kijken of kinderen veilig en gezond kunnen opgroeien. Een duidelijk hitteprotocol helpt dus niet alleen op warme dagen, maar maakt ook zichtbaar dat de locatie risico’s kent, passende maatregelen neemt en daarvan leert.

Kort samengevat

Een hitteprotocol is vooral een hulpmiddel voor de praktijk. Het geeft medewerkers duidelijkheid op warme dagen: wat doen we, wanneer doen we dat en wie beslist? Wettelijk is er geen landelijke maximumtemperatuur en geen vaste sluitingsgrens. Wel moet kinderopvang hitte serieus nemen als gezondheidsrisico voor kinderen én medewerkers.

De beste aanpak is daarom: op tijd beginnen, goed meten, rustig organiseren, duidelijk communiceren en per locatie bekijken wat nodig is. Een ruimte met airco, goede zonwering en ramen die open kunnen vraagt soms om andere maatregelen dan een ruimte die vol op de zon ligt en snel opwarmt. Bij twijfel geldt: liever eerder opschalen dan te laat reageren.

Bronnen

Scroll naar boven