Het kabinet zegt kinderopvang betaalbaarder te willen maken. Toch blijkt uit de begrotingsstukken voor 2027 dat de maximumuurprijzen voor de kinderopvangtoeslag bewust lager worden vastgesteld dan op basis van de nieuwste economische cijfers logisch zou zijn. Dat raakt niet alleen ouders, maar ook kinderopvangorganisaties en de mensen die er werken.
Maximumuurprijzen stijgen met ongeveer 3,32 procent
Voor 2027 stelt het kabinet de volgende maximumuurprijzen vast:
- Dagopvang: van € 11,23 naar € 11,60
- Buitenschoolse opvang: van € 9,98 naar € 10,31
- Gastouderopvang: van € 8,49 naar € 8,77
Dat komt neer op een verhoging van ongeveer 3,32 procent. Over maximaal deze bedragen ontvangen ouders kinderopvangtoeslag. Rekent een organisatie een hoger uurtarief, dan betalen ouders het volledige verschil zelf.
Die 3,32 procent is niet uitsluitend de indexatie voor 2027. De oorspronkelijke index voor 2027 bedraagt 3,54 procent. Daar trekt het kabinet een negatieve correctie van 0,22 procentpunt over 2026 vanaf.
Nieuwere cijfers wijzen juist op een hogere indexatie
Het probleem is dat die negatieve correctie is gebaseerd op inmiddels achterhaalde economische verwachtingen (van VOOR de Iranoorlog). Uit de concept-Macro Economische Verkenning 2027 van het Centraal Planbureau blijkt dat de lonen en prijzen in 2026 sterker stijgen dan eerder werd aangenomen.
Toepassing van dezelfde indexeringsformule op deze actuelere cijfers leidt niet tot een negatieve correctie van 0,22 procentpunt, maar tot een positieve correctie van ongeveer 0,30 procentpunt. Zonder rekening te houden met een eerdere achterstand over 2025 zou de indexatie voor 2027 daardoor al rond de 4 procent moeten liggen.
De nieuwste cijfers waren bij het verschijnen van de begrotingsstukken beschikbaar. Het kabinet houdt voor de maximumuurprijzen desondanks vast aan de lagere uitkomst. In die zin is geen sprake van een onverwachte rekenfout, maar van een bewuste beleidskeuze.
Hogere eigen bijdrage voor ouders
Voor ouders kan de lage indexatie een hogere eigen bijdrage betekenen. Kinderopvangorganisaties krijgen immers zelf te maken met stijgende loonkosten, huisvestingskosten, energieprijzen en andere uitgaven.
Wanneer de werkelijke kosten sneller stijgen dan de maximumuurprijs, moeten organisaties het verschil ergens opvangen. Zij kunnen een deel voor eigen rekening nemen, besparen op andere uitgaven of het uurtarief sterker verhogen. In dat laatste geval groeit het bedrag waarover ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen. Een te hoge eigen bijdrage kan gevolgen hebben voor betaalbaarheid voor ouders en daarmee omzet van de locatie.
Volgens de begroting verwacht het kabinet zelf dat de gemiddelde werkelijke tarieven in 2027 boven de maximumuurprijzen liggen. Voor dagopvang wordt bijvoorbeeld een gemiddeld tarief van € 12,01 verwacht, tegenover een maximumuurprijs van € 11,60. Bij de buitenschoolse opvang gaat het om € 10,93 tegenover € 10,31.
Ook gevolgen voor medewerkers
De gevolgen blijven niet beperkt tot de portemonnee van ouders. Personeel vormt de kern van de kinderopvang en daarmee ook een belangrijk deel van de kosten. Organisaties hebben voldoende inkomsten nodig om goede arbeidsvoorwaarden te bieden, de werkdruk te verlagen, nieuwe collega’s aan te nemen en medewerkers voor de sector te behouden.
De overheid bepaalt niet rechtstreeks welke salarissen werkgevers en vakbonden in de Cao Kinderopvang afspreken. Door de vergoeding voor ouders onvoldoende met de werkelijke kosten te laten meestijgen, beperkt zij echter wel de financiële ruimte waarbinnen organisaties die afspraken moeten uitvoeren.
Werkgevers staan daardoor voor een lastige keuze. Een tariefverhoging kan nodig zijn om hogere salarissen en andere kosten te betalen, maar maakt de opvang voor ouders duurder wanneer de maximumuurprijs achterblijft. Het alternatief is dat organisaties kosten proberen te beperken, met mogelijk minder ruimte voor salarisverbeteringen, extra bezetting, scholing en investeringen in kwaliteit.
Niet iedere organisatie staat er financieel hetzelfde voor en een hogere eigen bijdrage is daarom niet overal automatisch het gevolg. De druk op de tariefbegrotingen voor 2027 neemt door deze keuze van het kabinet wel duidelijk toe.
Betaalbaarheid vraagt om een realistische vergoeding
Politiek wordt veel gesproken over bijna gratis en beter betaalbare kinderopvang. Die ambitie is moeilijk te rijmen met maximumuurprijzen die bewust worden gebaseerd op lagere, verouderde ramingen.
Werkelijk betaalbare kinderopvang vraagt niet alleen om hogere toeslagpercentages. Ook de maximumuurprijs moet aansluiten bij de kosten die organisaties daadwerkelijk maken. Alleen dan kunnen ouders rekenen op betaalbare opvang en krijgen werkgevers voldoende ruimte om te investeren in de pedagogisch professionals die iedere dag de kwaliteit van de kinderopvang dragen.
Meer achtergrond en de volledige berekening staan in de analyse van Kinderopvang-Wijzer. De bedragen zijn terug te vinden in de officiële begrotingsstukken van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De actuelere economische ramingen staan in de cMEV 2027 van het CPB.
