Wanneer een medewerker ziek wordt, gelden er wettelijke regels en aanvullende afspraken uit de cao Kinderopvang. In dit artikel lees je wat ziekte en arbeidsongeschiktheid betekenen, welke rechten en plichten gelden en wat er van zowel medewerker als werkgever wordt verwacht.
De regels over loondoorbetaling en arbeidsongeschiktheid zijn vastgelegd in artikel 5.10 van de cao Kinderopvang en in het Burgerlijk Wetboek.
Wat is ziekte of arbeidsongeschiktheid? #
Er is sprake van ziekte of arbeidsongeschiktheid als een medewerker door lichamelijke of psychische klachten haar werk niet volledig of helemaal niet kan uitvoeren.
Het gaat hierbij om medische beperkingen. Andere situaties, zoals een conflict op het werk of ontevredenheid over de functie, vallen hier in principe niet onder.
Geen wachtdagen in de kinderopvang #
In de cao Kinderopvang gelden geen wachtdagen. Dit betekent dat het salaris vanaf de eerste ziektedag wordt doorbetaald.
Rechten van de medewerker #
Een medewerker die ziek is, heeft onder andere de volgende rechten:
- doorbetaling van (een deel van) het salaris volgens artikel 5.10 cao Kinderopvang
- begeleiding door de werkgever en bedrijfsarts
- bescherming tegen ontslag tijdens de eerste 104 weken ziekte (met uitzonderingen)
- recht op passend werk als zij (gedeeltelijk) kan werken
De hoogte van de loondoorbetaling en de voorwaarden daarbij staan uitgewerkt in het kennisartikel over loondoorbetaling bij ziekte.
Plichten van de medewerker #
Bij ziekte heeft de medewerker ook verplichtingen. Deze zijn belangrijk voor het herstel en de terugkeer naar werk.
- zich ziekmelden volgens de regels van de organisatie
- bereikbaar zijn voor werkgever en bedrijfsarts
- meewerken aan controle en begeleiding
- actief meewerken aan herstel
- meewerken aan re-integratie
- passend werk accepteren als dat mogelijk is
Als een medewerker zich niet aan deze verplichtingen houdt, kan de werkgever maatregelen nemen. Bijvoorbeeld het opschorten of stopzetten van de loondoorbetaling (artikel 5.10 lid 7 en 8 cao Kinderopvang).
Rechten van de werkgever #
De werkgever heeft het recht om:
- de ziekmelding te controleren via een bedrijfsarts
- te beoordelen of de medewerker meewerkt aan re-integratie
- passend werk aan te bieden
- maatregelen te nemen als verplichtingen niet worden nagekomen
Plichten van de werkgever #
De werkgever heeft ook duidelijke verplichtingen bij ziekte:
- het salaris (gedeeltelijk) doorbetalen volgens de cao
- zorgen voor begeleiding bij ziekte
- samen met de medewerker werken aan re-integratie
- zoeken naar passend werk binnen of buiten de organisatie
Deze verplichtingen volgen uit de wet (onder andere artikel 7:629 Burgerlijk Wetboek) en worden aangevuld door de cao Kinderopvang.
Re-integratie: samen verantwoordelijk #
Bij ziekte ligt de nadruk op terugkeer naar werk. Dit wordt re-integratie genoemd. Werkgever en medewerker zijn hier samen verantwoordelijk voor.
Re-integratie kan bestaan uit:
- geleidelijk terugkeren in eigen werk
- tijdelijk aangepast werk
- werken in een andere functie
Als terugkeer binnen de organisatie niet mogelijk is, wordt gekeken naar mogelijkheden buiten de organisatie.
Wanneer kan het loon stoppen? #
In sommige situaties kan de werkgever de loondoorbetaling stoppen of verlagen. Bijvoorbeeld als:
- de medewerker niet meewerkt aan re-integratie
- de medewerker herstel belemmert
- de medewerker zich niet houdt aan de verzuimregels
- de arbeidsongeschiktheid opzettelijk is veroorzaakt
Deze situaties zijn vastgelegd in artikel 5.10 lid 7 en 8 van de cao Kinderopvang.
Na twee jaar ziekte #
Na 104 weken ziekte gelden de regels van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Werkgever en medewerker moeten zich tot dat moment inspannen voor re-integratie.
Als er geen passend werk mogelijk is, kan beëindiging van het dienstverband aan de orde zijn.
Samenvatting #
Bij ziekte in de kinderopvang gelden duidelijke rechten en plichten voor zowel medewerker als werkgever. De medewerker heeft recht op salaris en begeleiding, maar moet ook actief meewerken aan herstel en re-integratie. De werkgever is verantwoordelijk voor begeleiding en passende oplossingen, maar mag ingrijpen als verplichtingen niet worden nagekomen.
De belangrijkste regels hierover zijn vastgelegd in artikel 5.10 van de cao Kinderopvang, aangevuld met wettelijke bepalingen.
