Maatschappelijke vs commerciële kinderopvang: wat betekent dit voor jou?

Er wordt regelmatig gesproken over maatschappelijke en commerciële kinderopvang. Misschien hoor je het in gesprekken, in beleid of zelfs in vacatures. Maar wat betekent dit nu eigenlijk? En wat merk jij daarvan in jouw werk?

Het beeld is vaak simpel: stichtingen zijn maatschappelijk en commerciële organisaties zijn dat niet. In de praktijk ligt dit veel genuanceerder.

Wat betekent ‘maatschappelijk’ eigenlijk?

Er bestaat geen duidelijke wettelijke definitie van ‘maatschappelijke kinderopvang’. In de basis gaat het om iets dat belangrijk is voor de samenleving.

Kinderopvang ís dat per definitie:

  • je draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen
  • je maakt het mogelijk dat ouders kunnen werken

Dat betekent dat jouw werk; ongeacht waar je werkt; altijd maatschappelijke waarde heeft. In de praktijk betekent dit ook dat het onderscheid tussen maatschappelijk en commercieel minder scherp is dan vaak wordt gedacht. Want hoewel kinderopvang altijd een maatschappelijke functie heeft, moeten organisaties óók financieel gezond zijn om te kunnen blijven bestaan. Ze hebben inkomsten nodig om medewerkers te betalen, kwaliteit te bieden en te blijven investeren. Daarmee is iedere kinderopvangorganisatie in feite zowel maatschappelijk als commercieel.

Meer dan een label

De termen ‘maatschappelijk’ en ‘commercieel’ worden soms gebruikt alsof ze duidelijke verschillen aangeven. In werkelijkheid zijn het vaak labels die iedereen op zijn eigen manier invult.

Soms wordt ‘maatschappelijk’ ook gebruikt als een soort marketingterm. Het klinkt goed en wekt vertrouwen. Maar dat zegt niet automatisch iets over hoe een organisatie écht werkt of keuzes maakt.

Voor jou als medewerker is dat verschil vaak ook lastig te zien.

Waarom?

  • Je hebt meestal geen volledig inzicht in financiën
  • Geldstromen en constructies zijn vaak complex
  • Niet alle informatie is zichtbaar of toegankelijk

Of een organisatie daadwerkelijk ‘maatschappelijk’ handelt, is dus in de praktijk niet altijd eenvoudig vast te stellen.

Rechtsvorm zegt niet alles

Er wordt vaak gedacht dat stichtingen automatisch maatschappelijk zijn en BV’s commercieel. Maar zo simpel is het niet.

  • Een stichting keert geen winst uit, maar kan wel met verschillende geldstromen werken en dus geld afromen naar andere entiteiten. Stichtingen hebben daarnaast vaker dan BV’s aparte entiteiten waarin bijvoorbeeld vastgoed is ondergebracht, wat een manier kan zijn om geldstromen te verplaatsen. Of huren “duur” management in via managementsvennootschappen.
  • Een BV kan juist bewust investeren in kwaliteit en maatschappelijke impact

Wat je vaak ziet:
Ondernemers (bijvoorbeeld bij BV’s) zijn sterk gericht op hun klanten: ouders en kinderen.

De gedachte “de klant is koning” zorgt er regelmatig voor dat er juist extra wordt geïnvesteerd in:

  • kwaliteit
  • service
  • beleving

Dit zie je soms ook bij private equity partijen. Wanneer een organisatie later verkocht moet worden, is kwaliteit juist een belangrijk onderdeel van de waarde.

Verschillen in de praktijk

Er zijn veel meer BV’s dan stichtingen, maar stichtingen zijn gemiddeld groter.

  • Stichtingen: ±35,8% van de kindplaatsen en 36,9% van de locaties
  • Gemiddeld 652 kindplaatsen en 17,1 locaties
  • BV’s: gemiddeld 250 kindplaatsen en 5,8 locaties

Wat betekent dit?
Er zijn meer commerciële organisaties, maar maatschappelijke organisaties zijn vaak groter en domineren een groot deel van de sector.

Vermogen en financiële positie

Hier ontstaat een interessant en soms minder bekend verschil.

  • Solvabiliteit stichtingen: ±43%
  • Solvabiliteit BV’s: ±10,8%

Simpel gezegd:

  • Bij stichtingen is ongeveer €43 van elke €100 eigen geld
  • Bij BV’s is dat ongeveer €10,80

Stichtingen beschikken dus gemiddeld over een veel grotere financiële buffer, ze zijn dus veel rijker.

Dit vermogen is vaak (deels) opgebouwd met publiek geld uit het verleden. Ondernemende organisaties bouwen hun positie vaker op met eigen (geleend) geld en lopen daarmee meer risico.

Wat hier opvalt:
Het is enigszins verwonderlijk dat er organisaties zijn met een stevige financiële buffer, die toch uurtarieven hanteren boven het maximum uurtarief.

Dat roept een logische vraag op:
in hoeverre is dat nog maatschappelijk te noemen?

Winst, geld en keuzes

De verschillen in winst zijn klein:

  • BV’s: ongeveer 2,8% – 3,2%
  • Stichtingen: ongeveer 1,7% – 3,3%

Deze percentages zijn in het bedrijfsleven laag. Voor een financieel gezonde organisatie wordt vaak een rendement richting de 10% als wenselijk gezien.

Sommige organisaties profileren zich als maatschappelijk, bijvoorbeeld door lagere tarieven voor bepaalde groepen ouders (met lager inkomen).

Dit kan ook gezien worden als een marketinginstrument en in feite als een vorm van prijsdiscriminatie. Ouders die geen gebruik kunnen maken van deze regeling betalen indirect mee aan deze korting. Maar dat wordt natuurlijk niet verteld.

Kosten en gedrag

Organisaties gaan verschillend om met geld.


Ook bij stichtingen speelt geld een rol, al wordt dat minder snel zo benoemd. Veel stichtingen sturen bijvoorbeeld op een (bescheiden) positief rendement, zoals 2%, om financieel gezond te blijven. Dat kan echter ook een ander effect hebben: als er weinig prikkel is om efficiënt te werken, kan het gebeuren dat middelen minder scherp worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan het aannemen van meer personeel dan strikt noodzakelijk. Wat goed bedoeld is, kan dan ook worden gezien als minder doelmatig omgaan met beschikbare middelen.

In algemene zin:

  • Wie zelf risico loopt, let vaak scherper op kosten (de ondernemer)
  • Wie met opgebouwd of publiek vermogen werkt, maakt soms andere afwegingen

Voor jou als medewerker kan dit zichtbaar zijn in bijvoorbeeld:

  • materiaalgebruik
  • investeringen
  • personeelsbeleid

Maar kan ook betekenen dat er onnodig of te makkelijk kosten worden gemaakt. Of dat nu maatschappelijk is, is zeer twijfelachtig.

Is winstuitkering per definitie minder maatschappelijk?

Bij het label ‘commercieel’ wordt vaak direct gedacht aan winstuitkeringen die niet ten goede zouden komen aan de kinderen. Dat beeld is echter te simpel. Neem bijvoorbeeld twee organisaties met dezelfde omzet: een stichting en een bv. Bij de stichting ontvangt de bestuurder een salaris van €200.000 en blijft er €20.000 winst over. Bij de bv staat de DGA voor €100.000 op de loonlijst, wordt €140.000 winst gemaakt en – als de financiële positie dat toelaat – wordt er €100.000 dividend uitgekeerd. (Let wel: stichtingen hebben vaak hogere % personeelskosten).

De vraag is dan: welke organisatie is daadwerkelijk ‘maatschappelijker’? Het eerlijke antwoord is dat dit verschil niet zo zwart-wit is. Hoe middelen worden besteed, zegt vaak meer dan de rechtsvorm zelf.

Kwaliteit: waar draait het echt om?

Kwaliteit is lastig direct te meten. Er zijn geen duidelijke ranglijsten.

Wat vaak wordt gebruikt als indicator, is het aantal overtredingen volgens GGD-rapporten.

Uit onderzoek blijkt:

  • weinig verschil tussen non-profit en for-profit organisaties
  • private equity organisaties hebben gemiddeld iets minder overtredingen

Wat betekent dit voor jou?
De kwaliteit zit niet in het label van de organisatie, maar in de mensen en de dagelijkse praktijk.

Onderscheid

Het onderscheid tussen maatschappelijke en commerciële kinderopvang is minder duidelijk dan vaak wordt gedacht.

Wat je als medewerker vooral kunt meenemen:

  • Je werk is altijd maatschappelijk waardevol
  • Labels zeggen niet alles over de praktijk
  • Het is vaak niet eenvoudig om te zien hoe een organisatie financieel en organisatorisch echt in elkaar zit
  • Stichtingen beschikken gemiddeld over meer vermogen, maar dat vertaalt zich niet automatisch in lagere kosten voor ouders
  • Kwaliteit ontstaat op de werkvloer

Uiteindelijk draait het om hoe er samen gewerkt wordt, welke keuzes worden gemaakt en wat dat betekent voor kinderen en ouders.

Bronnen

Voorbeeld resultaat op één van de stellingen

Kinderopvangorganisaties bouwen vermogen op om te investeren en tegenvallers op te vangen. Welke rechtsvorm denk jij dat gemiddeld het meeste eigen vermogen (buffer) heeft?
44 

Scroll naar boven