Nagellak in de kinderopvang: waarom mag een medewerker het vaak niet dragen?

Voor veel pedagogisch professionals is het een herkenbare ergernis: je mag zelf geen nagellak, gelnagels, BIAB, kunstnagels of nail art dragen op het werk, terwijl ouders met gelakte of lange nagels hun kind gewoon komen brengen of halen.

Dat voelt soms dubbel. Want als nagellak echt zo’n probleem is, waarom geldt dat dan niet voor iedereen die binnenkomt?

Toch zit daar een belangrijk verschil. Als medewerker in de kinderopvang ben je niet zomaar even aanwezig. Je werkt de hele dag met jonge kinderen, eten, flesjes, snotneuzen, luiers, toiletbezoek, wondjes, speelgoed, bedjes en gezamenlijke ruimtes. Je handen zijn daarbij één van de belangrijkste routes waarlangs ziekteverwekkers zich kunnen verspreiden.

De afspraken over nagels en nagelbedekking zijn daarom geen kwestie van smaak of persoonlijke verzorging. Ze horen bij infectiepreventie: het zo veel mogelijk voorkomen dat bacteriën, virussen, schimmels en andere ziekteverwekkers zich verspreiden binnen de groep.

Wat zegt het RIVM over nagels in de kinderopvang?

De RIVM Hygiënerichtlijn voor kinderopvang geeft landelijke handvatten voor hygiënisch werken in de kinderopvang. Het RIVM benoemt dat in de kinderopvang wordt gewerkt met jonge kinderen die kwetsbaar zijn voor infectieziekten, omdat hun immuunsysteem nog volop in ontwikkeling is. Ook wijst het RIVM erop dat in de kinderopvang regelmatig uitbraken van infectieziekten voorkomen.

Juist daarom is goede handhygiëne belangrijk. In de richtlijn staat bij het onderdeel nagels en nagelbedekking dat wordt aanbevolen om in de kinderopvang te streven naar het helemaal niet dragen van nagelbedekking. Het RIVM noemt daarbij onder meer gewone nagellak, gelnagellak, gelnagels, BIAB en andere kunstnagels. De reden is dat daarmee de kans op overdracht van ziekteverwekkers wordt verkleind.

Belangrijk is wel het onderscheid tussen een harde wettelijke norm en een professionele hygiëneafspraak. Brancheorganisatie Kinderopvang wijst erop dat het niet dragen van nagelbedekking in de herziene richtlijn niet meer als norm is geformuleerd, maar als streven voor de branche. Tegelijk bevat de richtlijn wel een toelichting waarom nagelbedekking wordt afgeraden.

Met andere woorden: het is niet alleen maar een kwestie van “mag wel” of “mag niet”. De kern is dat nagels goed schoon te houden moeten zijn. In de praktijk kiezen veel organisaties daarom voor een duidelijke interne regel: geen nagellak, gelnagels, BIAB, kunstnagels of nail art tijdens het werken op de groep.

Waarom zijn nagellak, gelnagels en kunstnagels een probleem?

Het probleem is niet dat een medewerker met nagellak per definitie onhygiënisch werkt. Het probleem is dat nagelbedekking het moeilijker kan maken om handen en nagels goed schoon te houden.

Onder en rond nagels kunnen micro-organismen blijven zitten. Bij nagelbedekking komen daar extra aandachtspunten bij. Denk aan kleine randjes, scheurtjes, beschadigde lak, uitgegroeide gelnagels, kunstnagels die niet goed aansluiten of versiering zoals steentjes en reliëf. Juist zulke randjes en beschadigingen maken het reinigen lastiger.

Dat is vooral belangrijk omdat pedagogisch professionals op een werkdag veel handelingen uitvoeren waarbij overdracht van ziekteverwekkers kan plaatsvinden. Denk aan verschonen, helpen bij toiletbezoek, eten bereiden, flesvoeding geven, neuzen afvegen, schoonmaken en het verzorgen van kleine wondjes.

Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over bacteriën en nagellak?

Er is Engelstalig onderzoek gedaan naar de bacteriële belasting van nagels met gewone nagellak, gelnagellak en natuurlijke nagels. Dat onderzoek komt niet altijd tot exact dezelfde conclusie, maar het laat wel zien waarom nagels en nagelbedekking in hygiënebeleid serieus worden genomen.

Een studie in het American Journal of Infection Control onderzocht de bacteriële belasting van gelnagels, gewone nagellak en natuurlijke nagels bij zorgmedewerkers. Daarbij werden kweken afgenomen op dag 1, 7 en 14, zowel vóór als na handhygiëne met alcoholgel. De onderzoekers vonden dat de bacteriële belasting bij alle nageltypen toenam naarmate de nagels langer werden gedragen. Met andere woorden: niet alleen gelnagels of gewone nagellak, maar ook natuurlijke nagels raakten over tijd meer besmet. Bron: American Journal of Infection Control

Een ander onderzoek, gepubliceerd in het Journal of Hospital Infection, keek naar gelnagellak, gewone nagellak en ongelakte nagels bij zorgmedewerkers. In die studie hadden gelnagels niet méér bacteriële belasting dan ongelakte nagels binnen drie weken na het aanbrengen. Gewone nagellak kwam in sommige metingen juist ongunstiger naar voren dan gelnagellak of ongelakte nagels. Bron: Journal of Hospital Infection

Ook is er onderzoek naar gelnagellak en de effectiviteit van chirurgische handreiniging. Een studie onder vrouwelijke zorgprofessionals en studenten vond geen bewijs dat gelnagellak op korte nagels de vermindering van levensvatbare bacteriën na een chirurgische scrub met chloorhexidine duidelijk verslechterde. Bron: PubMed / Veterinary Surgery

Tegelijk waarschuwen onderzoekers ervoor om deze uitkomsten niet te ruim te interpreteren. Een artikel in Infection Control & Hospital Epidemiology benadrukt dat studies naar bacteriën op nagels niet automatisch bewijzen dat nagellak ook direct leidt tot meer infecties. Het meten van bacteriële belasting is namelijk iets anders dan aantonen dat er daardoor daadwerkelijk meer infecties ontstaan. Bron: Infection Control & Hospital Epidemiology

Voor de kinderopvang betekent dit vooral: het onderwerp is niet zwart-wit, maar het is wél relevant. Nagels kunnen bacteriën dragen, bacteriële belasting kan toenemen naarmate nagels of nagelproducten langer worden gedragen, en beschadigde of uitgegroeide nagelbedekking kan het schoonhouden moeilijker maken.

Omdat pedagogisch professionals werken met jonge kinderen, luiers, voedsel, snotneuzen, wondjes en veel lichamelijk contact, kiezen veel organisaties daarom voor een voorzichtig en duidelijk beleid: korte, schone, gladde nagels en geen nagelbedekking tijdens het werken op de groep.

Kinderopvang is geen kantooromgeving

Een pedagogisch professional raakt op een werkdag ontzettend veel aan. Je troost kinderen, helpt met eten, smeert boterhammen, geeft flesvoeding, verschoont luiers, veegt neuzen af, helpt kinderen op het toilet, ruimt speelgoed op, maakt oppervlakken schoon en verzorgt soms een wondje.

Dat zijn precies de momenten waarop handhygiëne belangrijk is.

In een kantooromgeving is nagellak meestal vooral een kwestie van uitstraling of persoonlijke voorkeur. In de kinderopvang ligt dat anders. Daar zijn handen onderdeel van de dagelijkse zorg voor jonge kinderen. Je werkt niet alleen met papier, toetsenbord of telefoon, maar met kinderen die nog niet altijd zelf hygiënisch kunnen handelen. Ze stoppen speelgoed in hun mond, hoesten in hun hand, kruipen over de grond, hebben ongelukjes en worden regelmatig ziek.

Daarom is handhygiëne in de kinderopvang geen bijzaak, maar onderdeel van professioneel handelen.

Waarom mogen ouders dan wél nagellak dragen?

Dit is misschien de meest gehoorde vraag op de groep. En eerlijk is eerlijk: het kan wringen. Een ouder komt binnen met lange gelnagels, terwijl jij als medewerker wordt aangesproken op een klein randje nagellak.

Het verschil zit in de rol.

Een ouder brengt of haalt meestal het eigen kind. Die ouder werkt niet structureel met alle kinderen op de groep, verschoont niet meerdere luiers, bereidt geen eten voor de groep, helpt niet allerlei kinderen bij toiletbezoek en is niet verantwoordelijk voor het hygiënebeleid van de locatie.

Een medewerker doet dat allemaal wél.

Daarom gelden voor medewerkers strengere afspraken. Niet omdat ouders “meer mogen”, maar omdat medewerkers een andere verantwoordelijkheid hebben. Jij bent onderdeel van de professionele omgeving waarin kinderen veilig en gezond worden opgevangen.

Natuurlijk kan het vreemd voelen wanneer ouders met lange kunstnagels op de groep staan. Maar het risico is niet hetzelfde als bij een medewerker die een hele dienst werkt met meerdere kinderen en meerdere verzorgende handelingen uitvoert. Bij ouders is het contact meestal korter, beperkter en vooral gericht op het eigen kind.

En stagiairs, invalkrachten of vrijwilligers?

Voor iedereen die meedraait in het werk op de groep, ligt dat anders. Een stagiair, invalkracht, groepshulp of vrijwilliger die helpt met kinderen, eten, schoonmaken, toiletbezoek of verzorging, verricht in de praktijk vergelijkbare handelingen als medewerkers.

Dan is het logisch dat dezelfde hygiëneafspraken gelden. Het gaat namelijk niet om het soort contract, maar om wat iemand feitelijk doet op de groep.

Wie kinderen verschoont, helpt bij eten, schoonmaakt of intensief meedraait, hoort zich aan dezelfde hygiëneafspraken te houden.

Is nagellak officieel verboden?

Dat hangt af van hoe je het bedoelt.

De actuele RIVM-richtlijn formuleert “geen nagelbedekking” als streven, niet als harde norm. Tegelijk adviseert het RIVM wel om te streven naar helemaal geen nagelbedekking in de kinderopvang, omdat dit de kans op overdracht van ziekteverwekkers verkleint.

Daarnaast mag een kinderopvangorganisatie eigen beleid maken. Een werkgever kan in het veiligheids- en gezondheidsbeleid, personeelshandboek, kledingbeleid of huisregels opnemen dat medewerkers tijdens het werk geen nagellak, gelnagels, BIAB, kunstnagels of nail art dragen.

Dat is vaak goed te verdedigen wanneer de organisatie dit koppelt aan hygiëne, infectiepreventie, voedselveiligheid, duidelijke werkafspraken en toezicht. Voor medewerkers is het dan vooral belangrijk dat het beleid helder is en voor iedereen op dezelfde manier wordt toegepast.

Waarom is een duidelijke regel soms beter?

Je zou kunnen zeggen: “Laat gewoon nette nagellak toe.” Maar dan ontstaan meteen lastige vragen.

Wanneer is nagellak nog netjes? Mag blanke lak wel? Mag BIAB als het kort is? Mag gellak als er geen steentjes op zitten? Wat als het na drie of vier weken is uitgegroeid? Wanneer is een nagel nog glad genoeg? Wie controleert dat? De manager? De collega’s? De GGD-toezichthouder?

Voor medewerkers voelt dat al snel willekeurig. Voor leidinggevenden is het lastig handhaven. En voor de organisatie geeft het onduidelijkheid.

Daarom kiezen veel kinderopvangorganisaties voor eenvoud: geen nagelbedekking tijdens het werken op de groep. Dat is misschien streng, maar wel duidelijk.

Wat heeft de GGD hiermee te maken?

De GGD houdt toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang. Nederland telt 25 GGD’en. GGD GHOR Nederland is de landelijke vereniging van deze GGD’en en GHOR’s.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving in de kinderopvang. Zij schakelen de GGD in voor het uitvoeren van inspecties. Volgens GGD GHOR Nederland is één van haar taken om GGD’en te ondersteunen bij toezicht op kinderopvang en gastouderopvang, met als doel de kwaliteit en uniformiteit van het toezicht te bevorderen.

Ook de Rijksoverheid wijst erop dat kinderopvangorganisaties moeten voldoen aan kwaliteitseisen, zodat kinderen zich veilig kunnen voelen en ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Dat betekent dat het toezicht landelijk op dezelfde wettelijke basis rust. Het is dus niet de bedoeling dat er 25 verschillende hygiënesystemen ontstaan. Wel kan de praktijk per inspectie verschillen: een toezichthouder beoordeelt altijd de concrete situatie op de locatie. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het beleid op papier, maar ook naar de praktijk op de groep.

Als een toezichthouder ziet dat nagels, nagellak, kunstnagels of nagelbedekking risico’s opleveren voor goede handhygiëne, kan dat onderwerp van gesprek zijn. De GGD rapporteert daarover aan de gemeente. De gemeente beslist uiteindelijk of handhaving nodig is.

Voor medewerkers betekent dit: kijk niet alleen naar wat “van de GGD mag”, maar vooral naar het beleid van je eigen organisatie. Een houder mag duidelijke interne afspraken maken, bijvoorbeeld dat medewerkers op de groep geen nagellak, gelnagels, BIAB, kunstnagels of nail art dragen.

“Maar ik was mijn handen toch goed?”

Handen wassen is inderdaad belangrijk. In de kinderopvang heeft handen wassen met water en zeep de voorkeur boven het gebruik van handdesinfectiemiddelen. Ook dat wordt benoemd bij de herziene RIVM-richtlijn.

Maar goed handen wassen werkt het beste als handen en nagels goed te reinigen zijn. Lange nagels, scherpe randjes, beschadigde nagellak, loslatende gel, steentjes of uitgegroeide kunstnagels maken dat moeilijker.

Het gaat dus niet om de gedachte dat medewerkers hun handen niet goed zouden wassen. Het gaat erom dat nagelbedekking het resultaat van handhygiëne minder betrouwbaar kan maken.

Nagelproducten en allergieën: een extra aandachtspunt

Naast hygiëne is er nog een ander punt: sommige nagelproducten kunnen allergieën veroorzaken.

Vooral gelnagels, acrylnagels, BIAB en bepaalde langdurige nagelproducten bevatten stoffen uit de groep acrylaten en methacrylaten. In de dermatologische literatuur worden deze stoffen in verband gebracht met allergisch contacteczeem.

Een publicatie in Canadian Family Physician beschrijft dat methacrylaten voorkomen in kunstnagels en shellac-nagellak en allergische contactdermatitis kunnen veroorzaken. Daarbij wordt ook genoemd dat methacrylaten in sommige medische en tandheelkundige materialen voorkomen.

Ook een wetenschappelijk artikel over contactdermatitis door nagelcosmetica beschrijft dat ingrediënten in nagelcosmetica allergische of irritatieve contactdermatitis kunnen veroorzaken. Daarbij wordt gewezen op de toename van allergisch contacteczeem door nagelcosmetica, mede door het gebruik van producten door ongetrainde thuisgebruikers.

Daarnaast beschrijft onderzoek naar allergische contactdermatitis door acrylaten in nagelcosmetica dat kunstnagels zoals acryl- en gelnagels acrylaten of methacrylaten kunnen bevatten en dat er zowel bij nagelstylisten als bij consumenten meer gevallen van allergisch contacteczeem worden gezien.

Dit is niet alleen relevant voor de medewerker zelf. Bij allergisch eczeem kunnen kloofjes, wondjes, roodheid of kapotte huid ontstaan. Een kapotte huid is lastiger goed schoon te houden en kan in de kinderopvang opnieuw een hygiëneprobleem worden. Ook kan een medewerker met pijnlijke of beschadigde handen belemmerd worden in het werk.

Voor de kinderopvang is dit niet de hoofdreden voor het beleid, maar wel een extra argument om voorzichtig te zijn met kunstnagels, gelproducten en BIAB.

Het gaat niet om uiterlijk, maar om professioneel handelen

Het is begrijpelijk dat medewerkers dit onderwerp soms vervelend vinden. Nagels zijn voor veel mensen onderdeel van persoonlijke verzorging, stijl of uitstraling. Zeker in een sector waarin veel vrouwen werken, kan het voelen alsof er weer iets persoonlijks wordt ingeperkt.

Toch is de kern niet: “jij mag er niet verzorgd uitzien.” De kern is: “je werkt met jonge kinderen in een omgeving waar infectiepreventie belangrijk is.”

Verzorgde handen kunnen prima zonder nagellak of kunstnagels. Kort, schoon en gezond uitziende nagels zijn juist professioneel. Het past bij het werk dat je doet.

Wat kun je als medewerker doen?

Werk je in de kinderopvang, dan is het verstandig om het beleid van je eigen organisatie te volgen. Vraag eventueel waar het beleid staat: in het veiligheids- en gezondheidsbeleid, personeelshandboek, kledingbeleid of huisregels.

Praktisch betekent dit meestal:

  • houd je nagels kort;
  • zorg dat je nagels schoon zijn;
  • voorkom scherpe randjes;
  • draag geen kunstnagels, gelnagels, BIAB of nail art als jouw organisatie dat verbiedt;
  • gebruik geen nagellak als daardoor discussie ontstaat over gladheid, beschadiging of hygiëne;
  • meld huidproblemen, kloofjes of wondjes aan je leidinggevende als dit invloed heeft op hygiënisch werken.

Heb je moeite met het beleid? Bespreek dat dan professioneel. Niet alleen vanuit “ouders mogen het ook”, maar vanuit de vraag: wat is precies het beleid, waarom geldt het, hoe wordt het toegepast en geldt het voor iedereen die op de groep werkt?

Wat kan een organisatie beter doen?

Voor houders en leidinggevenden is vooral duidelijkheid belangrijk. Zeg niet alleen: “nagellak mag niet”, maar leg uit waarom. Veel weerstand ontstaat doordat medewerkers de regel ervaren als willekeurig of betuttelend.

Een goed beleid bevat daarom:

  • een korte uitleg over infectiepreventie;
  • een verwijzing naar de RIVM Hygiënerichtlijn Kinderopvang;
  • duidelijke voorbeelden van wat wel en niet mag;
  • dezelfde toepassing voor vaste medewerkers, invalkrachten, stagiairs en vrijwilligers;
  • een praktische afspraak over wat gebeurt als iemand toch met nagelbedekking op het werk verschijnt.

Zeker bij nieuwe medewerkers is dit belangrijk. Bespreek het niet pas wanneer iemand met gelnagels op de groep staat, maar neem het mee in de onboarding.

Waarom ouders het anders mogen zien

Voor ouders kan het vreemd lijken als een medewerker geen nagellak mag dragen. Een korte uitleg helpt:

Voor medewerkers gelden strengere hygiëneafspraken omdat wij de hele dag met meerdere kinderen werken, luiers verschonen, eten bereiden en kinderen helpen bij verzorging. Daarom moeten onze nagels kort, schoon, glad en goed te reinigen zijn.

Dat is meestal voldoende. Ouders hoeven niet dezelfde regels te volgen, omdat zij niet dezelfde werkzaamheden en verantwoordelijkheid hebben.

Gevoelig onderwerp

Nagellak, gelnagels en kunstnagels in de kinderopvang blijven een gevoelig onderwerp. Zeker omdat ouders ze vaak wel dragen. Toch is het verschil goed uit te leggen: medewerkers werken intensief met meerdere kinderen en verrichten handelingen waarbij handhygiëne cruciaal is.

De actuele RIVM-richtlijn adviseert om in de kinderopvang te streven naar helemaal geen nagelbedekking, omdat daarmee de kans op overdracht van ziekteverwekkers kleiner wordt. Tegelijk is het in de herziene richtlijn geformuleerd als streven en niet als harde norm. Daarom maken veel organisaties zelf een duidelijke keuze in hun beleid.

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het onderwerp genuanceerd is: niet elke vorm van nagellak leidt automatisch tot meer infecties, maar nagels en nagelbedekking blijven wel relevante aandachtspunten bij handhygiëne. Bacteriële belasting kan toenemen naarmate nagels of nagelproducten langer worden gedragen. Daarnaast kunnen bepaalde nagelproducten, vooral producten met acrylaten en methacrylaten, allergische reacties veroorzaken.

Voor pedagogisch professionals komt het uiteindelijk neer op professioneel handelen. In de kinderopvang bescherm je met goede handhygiëne niet alleen jezelf, maar vooral ook de kinderen, je collega’s en de hele groep.

Veelgestelde vragen

Mag je als pedagogisch professional nagellak dragen?

Dat hangt af van het beleid van je organisatie. De RIVM-richtlijn adviseert om te streven naar helemaal geen nagelbedekking in de kinderopvang. Veel organisaties nemen daarom in hun eigen beleid op dat nagellak, gelnagels, BIAB, kunstnagels en nail art tijdens het werk op de groep niet zijn toegestaan.

Waarom mogen ouders wel nagellak dragen?

Ouders zijn meestal kort aanwezig en verzorgen niet structureel meerdere kinderen op de groep. Medewerkers doen dat wel. Zij verschonen, helpen bij eten, begeleiden toiletbezoek, maken schoon en hebben intensief contact met veel kinderen. Daarom gelden voor medewerkers strengere hygiëneafspraken.

Zijn kunstnagels gevaarlijk in de kinderopvang?

Kunstnagels kunnen het moeilijker maken om handen en nagels goed schoon te houden. Vooral lengte, randjes, beschadigingen of loslatende delen kunnen een probleem zijn. Daarom worden kunstnagels in de kinderopvang vaak afgeraden of verboden door de organisatie.

Geldt dit ook voor gelnagels, BIAB en gellak?

Ja, meestal wel. Gelnagels, BIAB en gellak zijn vormen van nagelbedekking. Ze kunnen uitgroeien, beschadigen of randjes vormen. Daarom kiezen veel organisaties ervoor om deze producten niet toe te staan tijdens het werken op de groep.

Mag blanke nagellak wel?

Dat verschilt per werkgever. Sommige organisaties maken geen onderscheid tussen gekleurde en blanke lak, omdat ook blanke lak kan beschadigen of randjes kan vormen. Vraag daarom altijd naar het beleid van je eigen organisatie.

Kunnen bacteriën aan nagellak blijven hangen?

Onderzoek laat zien dat nagels en nagelproducten bacterieel belast kunnen raken. In één studie nam de bacteriële belasting toe naarmate natuurlijke nagels, gewone nagellak en gelnagels langer werden gedragen. Andere studies zijn genuanceerder en vinden niet altijd dat gelnagellak ongunstiger is dan ongelakte nagels. Voor de kinderopvang is vooral belangrijk dat nagels goed schoon te houden moeten zijn.

Kan nagellak allergieën veroorzaken?

Sommige nagelproducten kunnen allergische reacties veroorzaken. Vooral gelnagels, acrylnagels, BIAB en shellac-achtige producten kunnen acrylaten of methacrylaten bevatten. Deze stoffen worden in wetenschappelijke literatuur in verband gebracht met allergisch contacteczeem.

Is het wetenschappelijk bewezen dat nagellak altijd infecties veroorzaakt?

Nee. Onderzoek is genuanceerd. Sommige studies vinden geen duidelijk verschil tussen bepaalde nagelproducten en natuurlijke nagels, terwijl andere studies laten zien dat nagels en nagelproducten bacterieel besmet kunnen raken, zeker na langere draagtijd. Voor de kinderopvang is daarom vooral het voorzorgsprincipe belangrijk.

Wat doet de GGD hiermee?

De GGD houdt toezicht op de kinderopvang in opdracht van gemeenten. De basis voor toezicht is landelijk, maar een toezichthouder kijkt altijd naar de concrete situatie op de locatie. Als nagels of nagelbedekking risico’s opleveren voor hygiënisch werken, kan dat onderwerp van gesprek zijn tijdens een inspectie.

Bronnen

Scroll naar boven