Een vakbond die werkgevers aanspreekt op betrouwbaarheid, transparantie, goed werkgeverschap en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, moet zelf ook aan die norm voldoen. Dat blijkt ook uit de polluitslagen op Werken bij Kinderopvang, zoals deze op 31 mei 2026 bekend waren.
Op de pagina “Jouw mening over vakbonden in de kinderopvang” werd onder meer de volgende vraag gesteld:
“In hoeverre vind jij dat een vakbond alleen betrouwbaar en representatief kan zijn als zij ook als organisatie zelf haar zaken goed op orde heeft? Denk aan: goed werkgeverschap voor eigen personeel, transparantie en het voorkomen van interne crises of schandalen.”
De uitslag was duidelijk:
- 66,67%: helemaal mee eens
- 20%: grotendeels mee eens
- 12%: neutraal / twijfel
- 1,33%: grotendeels mee oneens
- 0%: helemaal mee oneens
Bij 75 stemmen betekent dit dat ongeveer 65 respondenten geheel of grotendeels vinden dat een vakbond ook zelf betrouwbaar, transparant en zorgvuldig moet handelen. Slechts één respondent was het daar grotendeels mee oneens. Niemand was het er helemaal mee oneens.
Dat is een opvallend signaal. Niet omdat een online poll automatisch een wetenschappelijk representatief onderzoek is, maar omdat de uitkomst raakt aan precies de discussie die de afgelopen jaren rond de FNV is ontstaan: kan een vakbond werkgevers geloofwaardig de maat nemen als zij zelf worstelt met transparantie, intern vertrouwen, representativiteit en goed werkgeverschap?
2020: kritiek op transparantie en bestuurdersinkomens
De discussie over de geloofwaardigheid van de FNV is niet nieuw. Al in 2020 publiceerde Vrij Nederland kritisch over de vakbond. Volgens die berichtgeving was de FNV niet transparant over het inkomen van eigen bestuurders en over de manier waarop de organisatie met vermogen omging.
Voor een vakbond is dat extra gevoelig. De FNV vraagt van werkgevers openheid, eerlijkheid en verantwoording. Dan mag van de vakbond zelf worden verwacht dat zij minimaal dezelfde openheid betracht over de eigen financiële huishouding, beloning en bestuursstructuur.
Wanneer juist daarover twijfel ontstaat, raakt dat niet alleen de interne organisatie. Het raakt de geloofwaardigheid waarmee de FNV namens werknemers optreedt.
2021: kinderopvangstaking op basis van beperkt zichtbaar draagvlak
In 2021 speelde in de kinderopvang een kwestie die rechtstreeks gaat over representativiteit en transparantie.
De FNV meldde destijds dat 95% van de aanwezige leden het eindbod van werkgevers onvoldoende vond en dat bijna 90% bereid was actie te voeren. Zulke percentages klinken overtuigend. Maar de belangrijkste vraag bleef: hoeveel leden waren er daadwerkelijk aanwezig?
Daarover kwam geen volledige duidelijkheid. De FNV communiceerde vooral percentages, terwijl het absolute aantal aanwezige of stemmende leden niet prominent werd genoemd. Juist dat absolute aantal is belangrijk. Een percentage van een kleine groep kan immers een veel groter draagvlak suggereren dan er feitelijk aantoonbaar is.
In sectorpublicaties werd vervolgens gesproken over een zeer beperkt aantal aanwezige FNV-leden. KinderopvangTotaal publiceerde over de stelling dat bij de stemmingen over de acties hooguit 75 FNV-leden aanwezig waren. Werken bij Kinderopvang schreef eveneens kritisch over het gebruik van percentages en het ontbreken van heldere absolute aantallen.
Toch werd in de kinderopvang toegewerkt naar landelijke acties. Dat maakt een staking niet automatisch onrechtmatig, maar het roept wel een principiële vraag op: hoe sterk is het mandaat voor een landelijke actielijn als de zichtbare besluitvorming rust op een zeer beperkte groep leden?
Juist een vakbond zou daar buitengewoon zorgvuldig mee moeten omgaan. Werkgevers krijgen regelmatig het verwijt dat zij onvoldoende luisteren naar werknemers. Maar als een vakbond zelf grote woorden gebruikt op basis van kleine aantallen, zonder daar volledig transparant over te zijn, ontstaat precies hetzelfde probleem: de indruk van draagvlak kan groter worden dan het feitelijke aantoonbare draagvlak.
2022 en 2023: hoge looneisen aan anderen, maar discussie met eigen personeel
Daarna kwam een ander pijnlijk punt naar voren: de FNV als werkgever.
De FNV pleitte in cao-trajecten bij andere werkgevers voor forse loonstijgingen en automatische prijscompensatie. Voor 2023 zette de vakbond in op een loonstijging van 14,3% om koopkrachtverlies door inflatie te compenseren. Ook wilde de FNV automatische prijscompensatie breder in cao’s invoeren.
Maar intussen kreeg het eigen personeel van de FNV over 2022 aanvankelijk slechts 3% loonsverhoging. Dat leidde tot forse onvrede onder medewerkers van de vakbond zelf. FNV-personeel dreigde zelfs met stakingen bij de eigen werkgever.
Dat is reputatiegevoelig. Een vakbond die werkgevers aanspreekt op koopkracht, waardering en fatsoenlijke cao-afspraken, moet extra zorgvuldig zijn in hoe zij met het eigen personeel omgaat. Anders ontstaat al snel het verwijt van een dubbele standaard: hoge eisen stellen aan andere werkgevers, maar intern minder ruimhartig zijn wanneer het om de eigen medewerkers gaat.
Voor een gewone werkgever zou zo’n cao-conflict al vervelend zijn. Voor een vakbond is het schadelijker, omdat de organisatie juist bestaat bij de gratie van vertrouwen in goed werkgeverschap, solidariteit en werknemerszeggenschap.
2025: interne machtsstrijd en beschuldigingen rond bestuur
In 2025 kwam de FNV opnieuw zwaar onder vuur te liggen. Vrij Nederland schreef over interne documenten en bronnen rond vermeende beïnvloeding van interne verkiezingen en spanningen binnen de top van de vakbond.
Bij dit soort beschuldigingen is voorzichtigheid nodig. Niet elke journalistieke of interne beschuldiging is automatisch bewezen. Maar de berichtgeving paste wel in een breder beeld van wantrouwen, machtsstrijd en bestuurlijke instabiliteit binnen de organisatie.
Voor een vereniging die zelf democratische vertegenwoordiging en zeggenschap hoog in het vaandel zegt te hebben, is dat buitengewoon gevoelig. Een vakbond moet niet alleen naar buiten toe spreken over democratie en inspraak, maar moet die waarden ook intern overtuigend organiseren.
2025: onderzoek naar onveilige werksfeer en gebrek aan ethisch leiderschap
Nog ernstiger werd het toen onafhankelijk onderzoek naar de FNV sprak over een onveilige werksfeer, een onprofessionele organisatiecultuur en gebrek aan ethisch leiderschap. Dat zijn geen lichte kwalificaties. Zeker niet voor een vakbond die werkgevers regelmatig aanspreekt op sociale veiligheid, respect, fatsoen en goed leiderschap.
Als juist binnen de grootste vakbond van Nederland sprake is van een onveilige cultuur en gebrek aan ethisch leiderschap, dan is dat meer dan een intern personeelsprobleem. Het raakt de kern van de geloofwaardigheid van de organisatie.
Een vakbond hoort een veilige plek te zijn voor werknemersbelangen. Als de eigen medewerkers of betrokkenen binnen die organisatie zich onvoldoende veilig voelen, wordt het lastig om met gezag andere werkgevers op vergelijkbare thema’s aan te spreken.
2025: rechter grijpt in bij de FNV
De crisis bleef niet beperkt tot mediaberichten en rapporten. De Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam greep in bij de FNV. Er werd een onderzoek bevolen naar de gang van zaken binnen de vereniging en er werden tijdelijke leden van de raad van toezicht benoemd met beslissende zeggenschap.
Dat is een zware maatregel. Zeker voor een vakbond die zelf staat voor ledeninvloed, democratische besluitvorming en interne zeggenschap. Als een rechter moet ingrijpen in de governance van een vakbond, is er sprake van een fundamenteel probleem.
Later kregen tijdelijke toezichthouders zelfs toestemming om eenmalig de statuten van de FNV aan te passen om de weg vrij te maken voor een nieuw bestuur. Ook dat laat zien dat de problemen niet beperkt waren tot één conflict of één persoon. De bestuurlijke structuur zelf stond ter discussie.
Een patroon, geen losse incidenten
Wie deze kwesties naast elkaar legt, ziet geen enkel los incident, maar een patroon:
- kritiek op transparantie rond bestuur en financiën;
- discussie over bestuurdersinkomens;
- gebruik van hoge percentages zonder duidelijke absolute aantallen;
- een landelijke staking in de kinderopvang op basis van beperkt zichtbaar draagvlak;
- hoge looneisen aan andere werkgevers, terwijl het eigen personeel ontevreden was over de eigen cao;
- interne machtsstrijd en beschuldigingen rond bestuur;
- een onafhankelijk onderzoek naar onveilige werksfeer en gebrek aan ethisch leiderschap;
- rechterlijk ingrijpen in de governance van de FNV.
Dat zijn precies de onderwerpen waar de poll op Werken bij Kinderopvang naar vroeg: betrouwbaarheid, representativiteit, goed werkgeverschap, transparantie en het voorkomen van interne crises of schandalen.
Op dezelfde pagina: opvallend veel respondenten geven aan FNV-lid te zijn
Opvallend is bovendien dat op dezelfde pagina van Werken bij Kinderopvang ook werd gevraagd of respondenten lid zijn of lid zijn geweest van een vakbond.
Op de vraag “Ben je of was je lid van een vakbond?” was de uitslag, zoals bekend op 31 mei 2026:
- 39,02%: ja, ik ben momenteel lid van de FNV
- 4,07%: ja, ik ben momenteel lid van het CNV
- 13,82%: ik ben ooit lid geweest, maar nu niet meer
- 27,64%: nee, en dat ben ik ook niet van plan
- 15,45%: nee, maar ik overweeg wel lid te willen worden
Bij 123 stemmen betekent dit dat ongeveer 48 respondenten aangaven momenteel lid te zijn van de FNV.
Dat is opvallend veel. Het werkelijke percentage FNV-leden in de kinderopvangsector ligt vermoedelijk aanzienlijk lager dan 39%. Daarmee lijkt de deelnemersgroep op deze poll niet per se anti-FNV gekleurd. Integendeel: FNV-leden lijken in deze poll juist relatief sterk vertegenwoordigd.
Juist daarom is de uitslag van de betrouwbaarheidsvraag interessant. Zelfs in een groep waarin relatief veel respondenten aangeven FNV-lid te zijn, vindt een zeer ruime meerderheid dat een vakbond ook zelf betrouwbaar, transparant en goed georganiseerd moet zijn.
Hoe betrouwbaar is een poll met 75 stemmen?
Natuurlijk moet je eerlijk zijn: een online poll met 75 stemmen is geen wetenschappelijk representatief onderzoek. De uitkomst geeft een indicatie van het sentiment onder de deelnemers, geen exacte afspiegeling van alle medewerkers in de kinderopvang.
Maar bij dit onderwerp zit daar precies de pijn.
Wie 75 stemmen te weinig vindt om conclusies aan te verbinden, moet ook kritisch kijken naar eerdere FNV-besluitvorming in de kinderopvang. Rond de staking in 2021 werd immers eveneens gesproken over aantallen aanwezige of stemmende FNV-leden in dezelfde orde van grootte. Toch werd op basis van die ledenraadplegingen een landelijke actielijn gelegitimeerd.
Met andere woorden: als een poll met 75 stemmen te beperkt zou zijn om iets te zeggen over het sentiment onder werknemers, dan is het minstens zo discutabel om op basis van een vergelijkbaar beperkt aantal aanwezige leden een landelijke staking uit te roepen of te legitimeren.
Daarmee is de vraag niet alleen hoe representatief deze poll is. De vraag is ook: welke norm hanteert de FNV zelf wanneer zij draagvlak claimt?
Betrouwbaarheid begint thuis
De poll op Werken bij Kinderopvang legt een gevoelig punt bloot. Werknemers verwachten van een vakbond meer dan stevige looneisen en harde woorden richting werkgevers. Zij verwachten ook betrouwbaarheid, transparantie, representativiteit en goed werkgeverschap binnen de vakbond zelf.
Juist daar wringt het bij de FNV. De afgelopen jaren laten een reeks kwesties zien die telkens raken aan dezelfde kern: zegt de FNV intern hetzelfde te doen als wat zij extern van werkgevers verlangt?
Een vakbond kan veel betekenen voor werknemers in de kinderopvang. Maar dan moet zij niet alleen eisen stellen aan werkgevers. Zij moet ook zelf laten zien wat goed werkgeverschap, openheid, sociale veiligheid en democratische besluitvorming betekenen.
De FNV vraagt veel van werkgevers. Maar hoort een vakbond niet eerst zelf aan die norm te voldoen voordat zij diezelfde norm aan anderen oplegt?
Bronnen en achtergrond
- Werken bij Kinderopvang — “Jouw mening over vakbonden in de kinderopvang”
- Vrij Nederland — “Vakbond FNV niet transparant over inkomen eigen bestuurders”
- FNV — bericht over eindbod kinderopvang en actiebereidheid
- KinderopvangTotaal — bericht over hooguit 75 FNV-leden bij stemmingen over acties
- Werken bij Kinderopvang — “FNV Kinderopvang goochelt met cijfers”
- NOS — “FNV organiseert landelijke staking kinderopvang, weinig locaties doen mee”
- FNV — looneis 2023 van 14,3%
- RTL Nieuws — berichtgeving over 3% loonsverhoging voor eigen FNV-personeel
- NOS — “Personeel FNV dreigt nu zelf met stakingen”
- Vrij Nederland — “De FNV: House of Cards voor amateurs”
- NOS — onderzoek naar onveilige werksfeer en gebrek aan ethisch leiderschap bij FNV
- Rechtspraak.nl — Ondernemingskamer benoemt tijdelijke leden raad van toezicht bij FNV
- Rechtspraak.nl — tijdelijke toezichthouders mogen statuten FNV eenmalig aanpassen
