Onderhandelaarsakkoord CAO Kinderopvang : werknemers vs werkgevers

  • door
euro
Deel deze informatie !
  • 6
    Gedeeld

Er is een onderhandelaarsakkoord voor de CAO Kinderopvang 2020-2021. Werkgevers- en werknemerspartijen moeten instemmen met dit akkoord voordat deze officieel en bindend is. De looptijd is tot en met 30 juni 2021. Normaal zal dit inhouden dat per 1 juli 2021 een opvolgende cao moet ingaan en met daarbij meestal weer een verhoging. Dus de verhoging voor 2021 is nog onduidelijk.

Wat levert het op (voor de werknemer) en wat kost het (voor de werkgever)  ? Die vraag zullen de werknemers en werkgevers zichzelf moeten stellen, ieder vanuit hun eigen invalshoek.

We rekenen het u alvast voor. Hierbij beperken we ons tot de stijgingen van het (bruto)loon. Een aantal andere maatregelen heeft mogelijk ook een kostenplaatje, dit laten we gemakshalve buiten beschouwing.

Werknemers

Voor werknemers is de (financiële) rekensom het simpelst. De brutosalarissen gaan per 1 januari 2020 met 3 % omhoog. Voor veel pedagogisch medewerkers (en de andere werknemers) zal dit tot gevolg hebben dat het netto salaris tussen de 3 en 4 % stijgt. Dit stijgingspercentage ligt in lijn met de gemiddelde cao stijging van de laatste maanden.

Tevens wordt er, na jaren van afwezigheid, weer een eindejaarsuitkering van 2 % ingevoerd.  De totale loonstijging in 2020 van 5 %  is fors hoger dan sommige verwachtingen waarbij de stijging in 2020 slechts 2,8 % bedraagt.

Werkgevers

Bij de werkgevers ligt dit wat allemaal wat ingewikkelder. Werkgevers moeten 2-3 maanden voor het begin van het nieuwe jaar (dus oktober/november 2019) de nieuwe tarieven bekend maken voor 2020. Deze zijn vaak gebaseerd op de verwachtingen van o.a. het CPB over de verwachte loonstijging. Door AYIT Consultancy & MTH Accountants & Adviseurs wordt de laatste jaren een prognose gemaakt die voor veel werkgevers als leidraad wordt genomen.

De kostenontwikkeling bij de kinderopvang bestaat voor een groot gedeelte uit stijging personeelskosten, waarvan stijging brutoloon een deel is, maar ook de werkgeverslasten over dit brutoloon stijgen vaak mee en bijvoorbeeld opleidings- en andere kosten als gevolg van de Wet IKK.

In de prognose werd uitgegaan van een kosten stijging van tussen de 3 en 4,54 %. Gemiddeld hebben de werkgevers de tarieven per 1 januari 2020 laten stijgen met circa 3,6 %. Dit terwijl de maximum uurtarieven voor de kinderopvangtoeslag met slechts 1,89 % stegen (omdat de overheid rekent met verouderde en onjuiste cijfers). Hierdoor ontstaat een groter verschil tussen werkelijke uurtarieven en de maximum uurtarieven kinderopvangtoeslag (ouders betalen dus gewoon meer zelf)

Bij de kosten prognose werd uitgegaan van effect cao-maatregelen van tussen de 3 en 3,5 %. Dit is volgens het akkoord dus 5 % geworden. Dat heeft tot gevolg dat de werkelijke kosten in 2020 voor werkgevers tussen de 4,4 % en 5,6 % stijgen. Dus veel hoger dan verwacht werd en waarmee de uurtarieven werden aangepast in de branche.

Acceptatie voor werkgevers betekend dus in veel gevallen:

  • De werkelijke kostenstijging is hoger dan de tariefstijging die per 1 januari 2020 is doorgevoerd.
  • Dit verschil zet het rendement in de branche onder druk, mogelijk moeten werkgevers interen op reserves of een lager rendement (gemiddeld is dat rond de 3 a 4 %)
  • Dit kan tot gevolg hebben dat er minder geld overblijft voor investeringen, opleidingen en andere zaken.
  • Dat werkgevers dit tekort pas in 2021 kunnen doorvoeren in tariefstijgingen 2021.

Zelf een blog plaatsen ? Lees eerst dit artikel voor de regelsRegistreer hier uw account.

Volgt u al onze Facebookpagina ?

Duidelijke informatie over de Kinderopvang