Wat zijn je plichten als werknemer in de kinderopvang?

Wie werkt in de kinderopvang heeft rechten. Denk aan recht op salaris, vakantie, verlof, een veilige werkplek en de arbeidsvoorwaarden uit de CAO Kinderopvang. Het is dan ook logisch dat regelmatig de vraag wordt gesteld: “Wat zijn mijn rechten als werknemer?”

Een vraag die veel minder vaak wordt gesteld is: “Wat zijn eigenlijk mijn plichten als werknemer?”

Toch werkt een arbeidsovereenkomst twee kanten op. Een werkgever heeft verplichtingen tegenover de werknemer, maar andersom geldt dat ook. Wie een arbeidsovereenkomst in de kinderopvang aangaat, spreekt niet alleen af welk salaris en welke arbeidsvoorwaarden daar tegenover staan. Je spreekt ook af dat je werkzaamheden uitvoert en je als werknemer aan bepaalde afspraken en regels houdt.

Rechten én plichten horen bij een arbeidsovereenkomst

Een arbeidsovereenkomst is in de kern een afspraak waarbij de werknemer arbeid verricht en de werkgever daarvoor loon betaalt. Daar komen allerlei wettelijke en cao-afspraken bij.

In het Burgerlijk Wetboek staat bovendien een belangrijke algemene regel: werkgever en werknemer moeten zich allebei als een goed werkgever en goed werknemer gedragen. Goed werkgeverschap heeft dus nadrukkelijk een tegenhanger: goed werknemerschap.

Dat is belangrijk, omdat onmogelijk iedere situatie die zich tijdens het werk kan voordoen letterlijk in een arbeidsovereenkomst, cao of personeelshandboek kan worden beschreven.

Een arbeidsovereenkomst geeft je dus niet alleen rechten. Er staan ook verplichtingen tegenover.

Wat zijn je belangrijkste plichten als werknemer?

Welke verplichtingen precies gelden, hangt af van je functie, arbeidsovereenkomst, de CAO Kinderopvang en eventuele bedrijfsregels van je werkgever. Toch zijn er een aantal verplichtingen die voor vrijwel iedere werknemer gelden.

1. Het werk uitvoeren waarvoor je bent aangenomen

De meest voor de hand liggende verplichting is dat je de werkzaamheden uitvoert waarvoor je bent aangenomen.

Voor een pedagogisch professional betekent dit bijvoorbeeld veel meer dan alleen aanwezig zijn op de groep. De functie omvat onder meer de dagelijkse opvang, ontwikkeling en verzorging van kinderen.

Daar kunnen ook werkzaamheden bij horen zoals:

  • kinderen begeleiden en verzorgen;
  • bijdragen aan een veilige en pedagogisch verantwoorde omgeving;
  • contact en overdracht met ouders of verzorgers;
  • verslaglegging en administratie die bij de functie hoort;
  • samenwerken met collega’s;
  • het uitvoeren van het pedagogisch beleid;
  • het begeleiden van stagiaires of medewerkers in ontwikkeling als dat bij de functie hoort;
  • deelname aan werkoverleg en deskundigheidsbevordering.

Meer over functies en bijbehorende werkzaamheden is te vinden in het functieboek van de CAO Kinderopvang.

2. “Dat staat niet in mijn functieomschrijving” is niet altijd voldoende

Op bijna iedere werkvloer klinkt af en toe de uitspraak: “Maar dat staat niet in mijn functieomschrijving.”

Soms is dat een terecht punt. Een werkgever kan niet onbeperkt werkzaamheden opdragen die volledig buiten de overeengekomen functie vallen.

Maar een functieomschrijving is meestal ook geen uitputtende opsomming van iedere handeling die je tijdens iedere werkdag moet uitvoeren.

Werkprocessen veranderen, er worden nieuwe systemen gebruikt, teams worden anders samengesteld en dagelijkse situaties vragen soms om andere werkzaamheden. Het enkele feit dat een specifieke handeling niet letterlijk in de functieomschrijving staat, betekent daarom niet automatisch dat een medewerker deze mag weigeren.

3. Redelijke instructies van je werkgever opvolgen

Een werkgever mag binnen de grenzen van de wet, cao en arbeidsovereenkomst instructies geven over het uitvoeren van het werk. De werknemer moet zich in beginsel aan redelijke voorschriften houden.

Denk in de kinderopvang bijvoorbeeld aan afspraken over:

  • roosters en werktijden;
  • taakverdeling binnen een team;
  • veiligheidsprocedures;
  • hygiëne;
  • het openen en sluiten van een locatie;
  • registratie van aanwezige kinderen;
  • het gebruik van een ouderapp of kindvolgsysteem;
  • privacy en het omgaan met persoonsgegevens;
  • werkmethodes en pedagogische afspraken.

Dat betekent uiteraard niet dat iedere opdracht automatisch redelijk is. Een opdracht mag niet in strijd zijn met de wet, de cao of afspraken uit de arbeidsovereenkomst.

Maar er bestaat wel degelijk een verschil tussen “ik ben het niet eens met deze werkwijze” en “ik hoef deze instructie niet op te volgen”.

4. Op tijd en volgens afspraak aanwezig zijn

Een werkgever moet zich houden aan de regels rond werktijden en roosters. Tegelijkertijd mag van een werknemer worden verwacht dat deze op de afgesproken tijden aanwezig en beschikbaar is.

In de kinderopvang is dat extra belangrijk. De aanwezigheid van medewerkers heeft direct gevolgen voor collega’s, de organisatie van groepen en mogelijk voor de beroepskracht-kindratio.

Een paar minuten te laat komen kan betekenen dat een collega nog niet naar huis kan, een groep anders moet worden georganiseerd of direct naar een oplossing voor de personeelsbezetting moet worden gezocht.

Incidenteel kan iedereen natuurlijk te maken krijgen met vertraging of overmacht. Structureel te laat komen of zonder overleg eerder vertrekken is iets anders.

5. Veiligheidsregels en instructies serieus nemen

Veilig werken is niet uitsluitend een verantwoordelijkheid van de werkgever. Ook werknemers hebben volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplichtingen.

Van werknemers wordt verwacht dat zij naar vermogen zorgen voor hun eigen veiligheid en gezondheid én die van andere betrokken personen. In de kinderopvang is dat bijzonder relevant: je werkt immers met kinderen die voor hun veiligheid in hoge mate afhankelijk zijn van de aanwezige professionals.

Denk bijvoorbeeld aan het zorgvuldig volgen van procedures rond:

  • toezicht op kinderen;
  • brengen en ophalen;
  • medicijnverstrekking;
  • allergieën;
  • slapen;
  • uitstapjes;
  • ongevallen en calamiteiten;
  • hygiëne;
  • veilig gebruik van materialen en ruimtes.

Bewust veiligheidsregels negeren is dus iets anders dan een normale discussie over de praktische inrichting van het werk.

6. Zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie

Wie in de kinderopvang werkt, krijgt veel persoonlijke informatie te zien en te horen. Niet alleen over kinderen, maar ook over ouders, gezinnen en collega’s.

Daar moet zorgvuldig mee worden omgegaan.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • foto’s en video’s van kinderen;
  • adres- en contactgegevens;
  • informatie over de ontwikkeling of gezondheid van een kind;
  • informatie over de thuissituatie;
  • personeelsgegevens;
  • roosters en interne documenten;
  • gesprekken tussen ouders en medewerkers.

Dat informatie binnen je werk beschikbaar is, betekent niet dat je deze ook voor andere doeleinden mag gebruiken of delen.

7. Professioneel samenwerken met collega’s

Een werknemer hoeft niet met iedere collega bevriend te zijn. Wel mag een werkgever verwachten dat medewerkers professioneel samenwerken.

Dat betekent bijvoorbeeld:

  • afspraken nakomen;
  • relevante informatie overdragen;
  • respectvol communiceren;
  • problemen bespreekbaar maken;
  • niet bewust werkzaamheden bij collega’s neerleggen;
  • bijdragen aan een werkbare samenwerking binnen het team.

Zeker in de kinderopvang is samenwerking geen vrijblijvende extra. Medewerkers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het goed laten verlopen van de opvangdag.

8. Ziek zijn geeft rechten, maar ook verplichtingen

Een duidelijk voorbeeld van rechten én plichten is ziekte.

Als werknemer heb je bij ziekte bescherming en recht op loondoorbetaling volgens de wettelijke regels en aanvullende afspraken uit de cao. Lees hierover meer bij loondoorbetaling bij ziekte in de kinderopvang.

Maar ziek zijn betekent niet dat alle verplichtingen als werknemer verdwijnen.

Werkgever en werknemer zijn tijdens ziekte samen verantwoordelijk voor de re-integratie. Van een werknemer kan bijvoorbeeld worden verwacht dat deze:

  • zich volgens het geldende verzuimprotocol ziek meldt;
  • redelijke voorschriften rond ziekteverzuim volgt;
  • meewerkt aan afspraken met de bedrijfsarts;
  • meewerkt aan het opstellen en uitvoeren van een plan van aanpak als dat nodig is;
  • meewerkt aan redelijke re-integratiestappen;
  • passend werk verricht wanneer dat binnen de re-integratie aan de orde is.

Meer hierover lees je op onze pagina over re-integratie in de kinderopvang.

Daar staat tegenover dat je niet verplicht bent om je leidinggevende te vertellen welke ziekte of diagnose je precies hebt. Voor de medische beoordeling is de bedrijfsarts verantwoordelijk.

9. Ook vakantie is een afspraak tussen twee partijen

Als werknemer heb je recht op vakantie en verlof. In de kinderopvang zijn hierover aanvullende afspraken gemaakt in de cao. Zie ook ons overzicht over vakantie en verlof in de kinderopvang.

Maar recht hebben op vakantie betekent niet dat een werknemer altijd eenzijdig kan bepalen wanneer hij of zij niet komt werken. Vakantie wordt aangevraagd en werkgever en werknemer moeten rekening houden met de geldende regels en elkaars belangen.

Ook hier zie je hetzelfde principe terug: een arbeidsrelatie bestaat uit rechten én verantwoordelijkheden.

10. Professioneel gedrag richting kinderen en ouders

Van medewerkers in de kinderopvang mag professioneel gedrag worden verwacht. Ouders vertrouwen hun kind immers toe aan de organisatie en de mensen die daar werken.

Dat betekent onder meer zorgvuldig communiceren, vertrouwelijk omgaan met informatie en professioneel handelen richting kinderen en ouders.

Gedrag dat in een privésituatie misschien weinig gevolgen heeft, kan in een professionele omgeving heel anders worden beoordeeld.

11. Een onveilige situatie signaleren? Niet zomaar negeren

Goed werknemerschap betekent ook verantwoordelijkheid nemen.

Zie je een gevaarlijke situatie, een serieus probleem in een werkproces of iets waardoor de veiligheid van kinderen of collega’s in gevaar kan komen? Dan mag worden verwacht dat je dit meldt en niet bewust laat voortbestaan.

Daar staat tegenover dat een werkgever moet zorgen voor een werkomgeving waarin medewerkers problemen daadwerkelijk kunnen melden en bespreekbaar kunnen maken. Ook hier hebben beide partijen dus een verantwoordelijkheid.

Mag een werkgever dan alles van je vragen?

Nee. Dat werknemers plichten hebben, betekent niet dat een werkgever onbeperkt opdrachten kan geven.

Bij een discussie over een opdracht spelen onder andere de volgende vragen een rol:

  • Past de opdracht bij de arbeidsovereenkomst en de functie?
  • Is de instructie redelijk?
  • Is de opdracht in overeenstemming met de wet en de CAO Kinderopvang?
  • Zijn de omstandigheden en belangen van de werknemer voldoende meegewogen?
  • Zijn er binnen de organisatie aanvullende geldige afspraken gemaakt?

Arbeidsrecht is daardoor niet altijd zwart-wit. Zowel werkgever als werknemer kan zich niet uitsluitend op zijn eigen belangen beroepen.

Goed werkgeverschap heeft een tegenhanger: goed werknemerschap

Veel aandacht gaat begrijpelijkerwijs uit naar goed werkgeverschap. Werkgevers moeten zich aan de wet en cao houden, correct salaris betalen, zorgen voor veilige arbeidsomstandigheden en medewerkers fatsoenlijk behandelen.

Maar de wet spreekt bewust over goed werkgeverschap én goed werknemerschap.

Een goede arbeidsrelatie vraagt daarom iets van beide kanten.

Van de werkgever mag worden verwacht dat afspraken worden nagekomen, medewerkers serieus worden genomen en arbeidsvoorwaarden correct worden toegepast.

Van de werknemer mag worden verwacht dat het afgesproken werk wordt uitgevoerd, redelijke instructies worden opgevolgd, afspraken worden nagekomen en professioneel wordt gehandeld.

Dus: “Wat zijn mijn rechten?” Vraag ook eens: “Wat zijn mijn plichten?”

Het is volkomen terecht om te weten welke rechten je hebt als werknemer in de kinderopvang. Zeker wanneer het gaat om salaris, verlof, werktijden, ziekte of andere arbeidsvoorwaarden.

Maar bij een arbeidsovereenkomst hoort óók de andere vraag:

Welke afspraken heb ik zelf gemaakt en wat mag mijn werkgever redelijkerwijs van mij verwachten?

Een arbeidsovereenkomst is uiteindelijk geen verzameling rechten voor één partij. Het is een overeenkomst waarin werkgever én werknemer rechten én verplichtingen hebben.

Juist als beide kanten zich daarvan bewust zijn, ontstaat een goede basis voor professionele en prettige samenwerking.

Veelgestelde vragen over plichten als werknemer

Moet ik werkzaamheden uitvoeren die niet letterlijk in mijn functieomschrijving staan?

Dat kan. Een functieomschrijving hoeft niet iedere afzonderlijke handeling te beschrijven. Een werkgever kan binnen redelijke grenzen instructies geven over het uitvoeren van het werk. Of een specifieke opdracht redelijk is, hangt af van de functie, arbeidsovereenkomst, cao en omstandigheden.

Moet ik iedere opdracht van mijn leidinggevende uitvoeren?

Nee. Een instructie moet binnen de wettelijke en contractuele grenzen blijven. Maar een werknemer kan een redelijke werkinstructie die bij het werk hoort ook niet zonder meer weigeren.

Heb ik tijdens ziekte verplichtingen tegenover mijn werkgever?

Ja. Werkgever en werknemer hebben allebei verplichtingen bij ziekte en re-integratie. Je moet bijvoorbeeld meewerken aan redelijke re-integratiemaatregelen. Je hoeft je werkgever daarbij niet te vertellen welke ziekte of diagnose je hebt.

Kan mijn werkgever mij aanspreken als ik regelmatig te laat kom?

Ja. Een werknemer moet zich in beginsel houden aan de afgesproken werktijden. In de kinderopvang kan te laat komen bovendien directe gevolgen hebben voor collega’s, de planning en de personeelsbezetting.

Waar staan mijn plichten als werknemer?

Verplichtingen kunnen uit verschillende bronnen voortkomen: de wet, de CAO Kinderopvang, je arbeidsovereenkomst, je functie, geldige bedrijfsregels en redelijke instructies van de werkgever.

Bronnen en meer informatie

Dit artikel geeft algemene informatie over rechten en plichten binnen een arbeidsrelatie. De precieze beoordeling kan afhankelijk zijn van de arbeidsovereenkomst, cao, bedrijfsregels en de omstandigheden van het individuele geval.

Scroll naar boven