Protocol kinderopvang aangepast (versie 16-10)

Deel deze informatie !
  • 18
    Gedeeld
corona

Nieuwe aanpassing

In overleg met alle branchepartijen en het RIVM heeft SZW weer een nieuw protocol gepubliceerd. De belangrijkste wijzigingen:

  • Als iemand in het huishouden van het kind naast milde coronaklachten ook koorts (38°C of hoger) en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het kind thuis.
  • Dringend advies aan ouders en andere bezoekers om een mondneuskapje te dragen wanneer zij de locatie betreden.
  • Mondneuskapjes dragen in de uitvoering van het pedagogisch werk wordt afgeraden.

Herfstvakantie
De herfstvakantie staat voor de deur. Wijs ouders en medewerkers op de regels van het protocol inzake reizen van en naar oranje en rode gebieden. Thuisgekomen uit deze gebieden moet je in thuisquarantaine en mogen ouders kinderen niet naar de opvang brengen!

Bekijk hier de nieuwste versie van het protocol.

Dit protocol is opgesteld door de Brancheorganisatie Kinderopvang, de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang, BOinK, Voor Werkende Ouders en FNV in samenspraak met SZW. Het protocol dient als handreiking voor de kinderopvangsector bij het werken in tijden van COVID-19 en vormt een vertaling van de richtlijnen van het RIVM naar de specifieke situatie van de kinderopvang. In het protocol wordt ingegaan op een aantal praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne waar rekening mee gehouden dient te worden. Dit protocol kan worden aangepast naar aanleiding van ervaring uit de praktijk.

Dit protocol bevat de algemene maatregelen voor de gehele kinderopvangsector. Daarnaast maken houders een locatie specifieke uitwerking van dit protocol, waarin zij de concrete maatregelen en acties voor de locaties uitschrijven. Houders communiceren hierover naar ouders en waar mogelijk naar kinderen.

Algemene noties vooraf

  1. Tussen (pedagogisch) medewerkers onderling en tussen (pedagogisch) medewerkers/gastouders en ouders
    moet altijd 1,5 meter afstand bewaard worden. Pas zo nodig de beschikbare ruimtes op de locatie hierop aan.
  2. Breng- en haalmomenten zijn kort en kinderen worden door één volwassene gebracht en gehaald. Informatie
    over een kind kan via digitale weg of telefonisch worden gedeeld.
  3. De locaties organiseren de breng- en haalmomenten zo dat er 1,5 meter afstand gehouden kan worden. Denk
    hierbij aan looproutes, eenrichtingsroutes en het maken van afspraken met ouders over breng- en haaltijden
    om piekmomenten te voorkomen.
  4. In de kinderopvang gelden de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Wet kinderopvang. Vanuit GGD GHOR
    NL is er een werkwijze opgesteld met adviezen voor GGD’en over hoe te handelen bij overmachtsituaties als
    gevolg van corona.
  5. In de kinderopvang is men gewend om te werken volgens (bestaande) strikte hygiëne richtlijnen van het
    RIVM1
    . Ook is er een RIVM-richtlijn Binnen- en buitenmilieu voor de kinderopvang waarin o.a. adviezen over
    luchten en ventileren zijn opgenomen.
  6. Bespreek de concrete maatregelen en acties die voor de opvanglocatie worden opgesteld met de
    oudercommissie en/of ouders. Op de buitenschoolse opvang of bij de gastouderopvang met kinderen van 4

Duidelijke informatie over de Kinderopvang