Je bekijkt nu 2e CAO in de kinderopvang : CAO MKB Kinderopvang 2021-2023

2e CAO in de kinderopvang : CAO MKB Kinderopvang 2021-2023

Er is een tweede CAO in de kinderopvang afgesloten De Branche Vereniging Ondernemers in de Kinderopvang (BVOK) heeft bekend gemaakt dat deze een principe-akkoord heeft afgesloten met de vakbond LBV. Deze CAO heeft een looptijd van 1 juli 2021 tot en met 31 december 2023.

Eerder sloten werkgeversorganisaties BK en BMK een CAO-akkoord met vakbond CNV voor de periode 1 juli 2021 tot met 31 december 2022.

Vakbond LBV

De vakbond LBV is een nieuwe partij in de kinderopvang. Deze vertegenwoordigt werknemers binnen een klein aantal cao’s, zoals onder andere dakdekkers, glazenwassers, tankstations en in de uitzend- en payrollbranch.

De BVOK heeft recent aangegeven dat (terecht) maar een klein aantal medewerkers in de kinderopvangbranche is georganiseerd in een vakbond (FNV & CNV), namelijk circa 10-14 %. Veel medewerkers zijn (en/of voelen) zich ook niet vertegenwoordigd door deze vakbonden. Door het afsluiten met vakbond LBV is dit aandeel nog veel lager.

Gezien één der afspraken wil de LBV zich gaan nestelen in deze branche (LBV ambassadeurs krijgen onder voorwaarden extra vakantiedagen.

Verschil met CAO Kinderopvang 2021-2022

Aangezien er nog geen teksten van de nieuwe CAO bekend staan is nog niet goed duidelijk wat de verschillen zijn buiten verschil in looptijd. Duidelijk is dat de loonstijging in de CAO Kinderopvang 2021-2022 (BK & BMK) voor de medewerkers gunstiger is dan bij CAO MKB Kinderopvand 2021-2023.

Onderstaand de tekst van het pricipe akkoord met de toelichting.

PRINCIPE-AKKOORD CAO MKB KINDEROPVANG 2021-2023

“kindbelang & jouw belang”

——————————————————————————————————————–

PARTIJEN BIJ DE CAO MKB KINDEROPVANG

Branche Vereniging Ondernemers in de Kinderopvang (BVOK) LBV MEER DAN EEN VAKBOND

OVERWEGINGEN BIJ DE CAO MKB KINDEROPVANG

Looptijd

Deze cao heeft een langere looptijd dan gebruikelijk. Dat geeft de rust die hard nodig is in de branche. Een adempauze na de toeslagenaffaire, de hectische corona-periode, en de onophoudelijke stroom van veranderingen in eisen en verwachtingen. Een rustperiode met ruimte voor bezinning op kernthema’s.

MKB

Deze cao is uitsluitend gericht op MKB-ondernemers. Vooral de micro en kleine ondernemers zijn een al jaren vergeten groep in kinderopvang-cao’s die naar inhoud vooral de grotere aanbieders bedienen, wat je terugziet in de gestelde arbeidsvoorwaarden. Maar de werkprocessen daar, de voorzieningen, overhead, beschikbare middelen, hiërarchische structuren, medezeggenschap etc, zijn wezenlijk anders dan in het micro- en kleinbedrijf, dat primair draait op de dagelijkse contacten en persoonlijke relaties van de ondernemer met de beroepskrachten.

De doelgroep van deze cao, met een omzet van maximaal 5 tot 6 miljoen euro omzet,

beslaat zo’n 90% van alle aanbieders in de kinderopvang (kengetallen kinderopvang).

Een cao met een minimum karakter

Werkgevers voldoen ten minste aan de in deze cao opgenomen regels maar mogen daarvan ten gunste van de werknemer afwijken, indien schriftelijk vastgelegd.

Een cao die verbindt

Dit is een cao met aandacht voor werkgevers, werknemers en kinderen in de kinderopvang, zonder dat de één onder de ander lijdt.

De arbeidsvoorwaarden in deze cao bouwen nìet op een dichotoom schema van werkgevers en werknemers die tegenover elkaar staan waarbij het belang van de één dat van de ander in de wielen rijdt. Een schema dat verleidt tot het simpelweg optellen van plus en min voorwaarden voor elk, op basis van ‘voor wat hoort wat’. Een schema dat arbeidsconflicten benadrukt die nopen tot het zwaar optuigen van een geschillencommissie. En een schema dat bouwt op wantrouwen en om die reden niet zonder een Nalevingscommissie kan.

In deze cao ontbreekt dat allemaal. Gezamenlijkheid en wederzijdse afhankelijkheid zijn

het uitgangspunt. Werkgevers en werknemers hebben elkaar nodig. Een vertrekpunt dat zorgt voor nuanceren in plaats van polariseren, kijken naar wat verbindt in plaats van verschillen uitvergroten. Waar (zelf-)roosteren van het werk in gezamenlijke verantwoordelijkheid plaats vindt, en een jaarurensysteem met beschikbaarheid dag (niet- roosterdag) wel mag maar niet bij cao verplicht aan werknemers kan worden opgelegd.

Met als resultaat dat werkgevers èn werknemers zich in deze cao daadwerkelijk gehoord zullen voelen.

En kindbelangen bewaakt!

In de drang werkgevers óf werknemers tevreden te stellen verliezen andere cao’s in de kinderopvang de kindbelangen uit het oog, zoals bij: niet-groepsgebonden uren, het versplinteren van het pedagogisch werk en zelf-roosteren van het werk dat wordt gezocht in een biddingsysteem zonder toetsing aan kindbelangen. Dat is op zichzelf ironisch

aangezien diezelfde cao’s van werkgevers eisen dat zij zich aan de Wko houden.

In deze cao is zorgvuldig gekeken naar doeltreffende oplossingen voor knelpunten in het beroepswerk die óók kindbelangen bewaken.

Werkplezier als kernthema

Deze cao kiest voor een positieve en optimistische insteek. Partijen vragen zich liever af hoe zij kunnen bijdragen aan (meer) werkplezier dan zoeken naar manieren om ervaren werkdruk te verminderen. De gedachte is simpel: meer werkplezier = minder werkdruk. Werkplezier hangt af van meerdere factoren die onderling samenhangen, zoals: de ervaring dat je werk er echt toe doet, een verschil maakt (zinvolheid), een beroep doet op je kennis en kunde (intrinsiek uitdagend), en dat voorschriften voor het werk daarop aansluiten (uitvoerings-vereisten). Maar ook dat regels, verwachtingen en gedragingen liefst hetzelfde blijven (voorspelbaarheid), sociale relaties op het werk naast voorspelbaar ook betrouwbaar en prettig zijn (veiligheid), de beloning, waardering en eigen handelingsruimte passend zijn (positie-aspecten) en er voldoende kansen zijn om je naar eigen behoefte in je werk en positie te ontwikkelen (groei).

Hoe lager een werkplek scoort op deze factoren hoe minder werkplezier.

Voldoende werkplezier komt ten goede aan werkgevers en werknemers, het dient een gezamenlijk belang. Het geeft ontspanning op de werkplek, schept onderling vertrouwen, bevordert de ervaring van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor werkprocessen en werksfeer, en voorkomt hoog ziekteverzuim.

De meeste beroepskrachten (90%) ervaren het werken met kinderen als voldoening gevend, waardevol en uitdagend, maar de overdaad aan werk-voorschriften steeds meer als klemmend. De aanhoudende stroom van veranderingen in regels in verwachtingen ondermijnen de voorspelbaarheid. Over het loon zijn veel beroepskrachten tevreden (6de op de ranglijst van best betaalde mbo’ers), maar de eigen handelingsruimte zou groter mogen, meer passend bij de zelfstandigheid en professionaliteit die het beroep vraagt.

Lang niet elke beroepskracht heeft de behoefte te groeien (in ontwikkeling en carrière) en de kansen daarop voor wie dat wèl wil zijn voor carrière-stappen matig tot laag, zeker bij de kleinere ondernemers. De veiligheid in de collegiale relaties tenslotte schiet regelmatig tekort door onder meer negatieve interacties zoals roddel en een chronisch tekort aan (vaste) collega’s.

Meer maatwerk minder generale voorwaarden

Niet elke arbeidsvoorwaarde dwingt tot generale regels. In deze cao is het uitgangspunt: meer maatwerk waar mogelijk en nodig. Ten bate van werkplezier hebben partijen daarom de volgende speerpunten gekozen:

maatwerk in ontwikkeling

Niet als ontwikkelplicht (dwang) maar vanuit eigen ontwikkeldrang van de beroepskracht, ingebed in eisen van het werk en mogelijkheden van beroepskrachten

maatwerk in functiedifferentiatie

Door het op basis van specifieke talenten in vakbekwaamheid nader uitwerken van kleine carrière stappen die verschil maken

meer handelingsruimte

In de organisatie van het werk (inclusief roosters), binnen een raamwerk dat de grenzen definieert (mogelijkheden van de onderneming, eerlijke verdeling, kindbelangen)

veilig werken in teams

Door gerichte aandacht (campagne/protocol) voor roddel en mobbing, die helpt bij het bemerken, verwoorden en aanspreken.

Ook zullen cao-partijen in overleg treden met het ministerie met het oog op:

De behoefte aan stabilisatie van regels en verwachtingen, waardoor voorspelbaarheid toeneemt en werkplezier groeit.

De behoefte aan flexibiliseren van al te strikte rolvoorschriften die naast de eigen professionaliteit ook de zinvolheid aantasten

Verwerking cao-akkoord:

Niet alle afspraken uit het cao-akkoord zijn reeds verwerkt in de cao-tekst. Sommige afspraken vragen nog nadere uitwerking en zullen later worden opgenomen in de cao.

Joeri van de Tas, voorzitter BVOK Ger IJzermans, voorzitter LBV

HOOFDLIJNEN PRINCIPE-AKKOORD CAO MKB KINDEROPVANG 2021-2023

LOOPTIJD

1 juli 2021 tot en met 31 december 2023 (30 maanden)

LOONSVERHOGING

Per 1 juli 2021:                  1,0 procent structureel

Per 1 juli 2022:                  0,5 procent structureel

De loonsverhoging over de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 wordt vóór of uiterlijk op 1 oktober 2022 door partijen bij de CAO MKB Kinderopvang overeengekomen.

EINDEJAARSUITKERING

De eindejaarsuitkering bedraagt jaarlijks 3 procent en wordt tegelijk met het loon in december uitbetaald.

LOONDOORBETALING BIJ ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Invoering van een wachtdag vanaf de tweede ziekmelding. 1e halfjaar van de arbeidsongeschiktheid:                                               100 procent 2e halfjaar van de arbeidsongeschiktheid:                                                 95 procent 3e halfjaar van de arbeidsongeschiktheid:                                                 75 procent 4e halfjaar van de arbeidsongeschiktheid:                                                 70 procent

BUITENGEWOON VERLOF

Werknemers met een LAT-relatie krijgen onder voorwaarden dezelfde rechten op buitengewoon verlof als gehuwden en samenwonenden.

ROUWVERLOF

Werknemers krijgen recht op tien dagen rouwverlof in verband met het verwerken van het overlijden van een partner en/of een kind.

EXTRA VERLOF AMBASSADEURS LBV

Ambassadeurs van LBV krijgen onder voorwaarden recht op 5 extra verlofdagen.

CAO FONDS COLLECTIEVE BELANGEN (FCB) SOCIAAL WERK, JEUGDZORG EN KINDEROPVANG

De werkgever die lid is van BVOK valt tot en met 31 december 2021 onder de AVV van bepalingen van de CAO voor het Fonds Collectieve Belangen (FCB) voor de sectoren Sociaal Werk, Jeugdzorg en Kinderopvang. Partijen streven op de kortst mogelijk termijn naar een eigen fonds voor de collectieve belangen in de sector MKB Kinderopvang.

OVERGANGSREGELING

Bij samenloop van een bepaling in de individuele arbeidsovereenkomst die op een datum eerder dan 1 juli 2021 tussen de werkgever en werknemer is overeengekomen met enige bepaling van de CAO MKB Kinderopvang 2021 – 2023, is de bepaling die voor de werknemer het gunstigst is, onverkort van kracht.

LEESBAARHEID CAO

Partijen zullen voor de definitieve tekst van de CAO MKB Kinderopvang 2021-2023 ter bevordering van de leesbaarheid van de CAO een transparant en gangbaar taalgebruik hanteren.

Duidelijke informatie over de Kinderopvang

Redactie

Duidelijke informatie over de Kinderopvang