ZZP

Mag je in de kinderopvang werken als ZZP’er in de functie van pedagogisch medewerker? Eigenlijk niet, tenminste als je je aan de regels van de Belastingdienst houdt.

Gezagsverhouding

Tussen de ZZP’er en de opdrachtgever mag er geen “gezagsverhouding” bestaan en moet er geen “verplichting tot persoonlijke arbeid” zijn, zoals bij een dienstverband. Simpel gezegd : de opdrachtgever (lees: locatiemanager, teamleider etc) mag de ZZP’er geen instructie geven hoe deze zijn werk moet doen, de ZZP’er moet zelfstandig zijn werk en tijd kunnen inrichten etc. En de opdracht van de ZZP’er is dus niet alleen uitvoerbaar door de ZZP’er zelf in persoon, maar deze zou iemand anders moeten kunnen sturen (met dezelfde kwalificaties).

De Belastingdienst heeft hiervoor hele duidelijke voorbeelden op hun website staan. (zie onderaan deze pagina). De voorbeelden geven aan dat er wel degelijk een gezagsverhouding is, en in meeste gevallen ook de verplichting tot persoonlijke arbeid.

Dus : een ZZP’er in de kinderopvang die het werk doet als pedagogisch medewerker kan eigenlijk niet, tenminste als deze voldoet aan de regels. (zie ook : Advies AG aan Hoge Raad: maaltijdbezorgers van Deliveroo werken op basis van arbeidsovereenkomst)

Ondernemer voor de inkomstenbelasting

Daarbij speelt ook nog de vraag of de ZZP’er een ondernemer voor de inkomstenbelasting (=IB) is en daarmee ook gebruik kan maken van de belastingvoordelen. Voor velen is dat ook een belangrijk deel van het ZZP’er – schap, zeker gezien de vele rechten iemand verliest als deze ZZP’er besluit te worden.

Een ondernemer voor de IB moet aan een serie eisen voldoen, zoals o.a. zelfstandig zijn werk kunnen indelen en kunnen uitvoeren, zonder gezagsverhouding. De IB-ondernemer moet investeringen plegen en risico lopen, een buffer hebben en nog wat andere zaken.

Grote kans dat de ZZP’er in de kinderopvang niet voldoet aan deze eisen en de Ondernemerscheck, als was het maar door de aanwezigheid van de gezagsverhouding.

Schijnzelfstandigheid

Deze schijnzelfstandigheid wordt sinds de invoering van de Wet DBA niet of nauwelijks gecontroleerd door de Belastingdienst. Waren er voor invoering Wet DBA in 2015 circa 500.000 VAR aanvragen, er zijn inmiddels zo’n 1,2 miljoen ZZP’ers in 2022. Voldeed in 2015 al een gedeelte niet aan eisen om als ondernemer voor de IB aangezien te worden, anno 2022 zal dat zeer fors gestegen zijn. In 2018 bedroeg het % al circa 10-13 % van de ZZP’ers.

Deze schijnzelfstandigheid kost de overheid jaarlijks een behoorlijk bedrag aan belastinginkomsten.  Of iemand medewerker is in loondienst of een ZZP’er met een jaarinkomen/winst van circa € 33.000, scheelt al gauw € 9.000 aan belastinginkomsten voor de overheid.

Handhaving

Staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) en minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) hebben aangekondigd hier iets aan te gaan doen en uiterlijk in 2025 duidelijkheid te geven (9 jaar ! na invoering van de Wet DBA) en ook te gaan handhaven. Dit wordt door de nodige partijen als te laat beschouwd. De vraag is ook of dan de Belastingdienst ook de schijnzelfstandige ZZP’er met terugwerkende kracht gaat controleren en bij onterechte ondernemerschap voor de IB ook inkomstenbelasting gaat navorderen. De belastingdienst kan dit tot 5 jaar ervoor terug vorderen.  

Verbondenheid

Buiten dat het volgens de belastingregels eigenlijk niet mogelijk is om als ZZP’er met de functie van PM te werken in de kinderopvang speelt er nog een andere belangrijke discussie. Kenmerken van een echte ZZP’er zijn : vervangbaar, zelfstandig, tijdelijk, geen gezagsverhouding en dus vooral ook niet verbonden. Iets wat voor de kinderopvangbranche (onderwijs, jeugdzorg etc) wel heel erg belangrijk is. De ZZP’er is natuurlijk geen vast gezicht of mentor en daardoor betrokken bij de ontwikkeling van de kinderen. Organisaties gaan natuurlijk ook niet investeren in een ZZP’er die toch zijn eigen gang gaat.

Voorbeeld : gezagsverhouding

Een ziekenhuis heeft verpleegkundigen in vaste dienst. Op dagen dat er te weinig vaste verpleegkundigen zijn, kan een aantal verpleegkundigen opgeroepen worden. Deze oproepkrachten doen hetzelfde werk als de vaste verpleegkundigen en draaien gewoon mee op de afdeling. Afgesproken is dat zij zelfstandig werken. Tóch is er sprake van een gezagsverhouding. Want het afdelingshoofd heeft de leiding en houdt toezicht op wat er op de afdeling gebeurt.

Voorbeeld: verplichting tot persoonlijke arbeid

Een kinderdagverblijf werkt met begeleiders in vaste loondienst. Bij ziekte of onverwachte drukte neemt het ook wel eens tijdelijk begeleiders aan. Het kinderdagverblijf heeft hiervoor 5 gediplomeerde begeleiders geselecteerd. Ieder met 5 jaar ervaring en een ‘verklaring omtrent het gedrag’.

Bij elke opdracht wordt afgesproken dat de tijdelijke begeleider niet per se zelf de opdracht hoeft uit te voeren. Hij kan zich laten vervangen door 1 van de andere 4.

Ook al kan de begeleider zich laten vervangen, hier is toch sprake van een verplichting tot persoonlijke arbeid. De begeleider kan namelijk niet zelf uitmaken door wie hij zich laat vervangen. Hij moet kiezen uit de groep die de opdrachtgever heeft geselecteerd.

Lees ook : Werken als ZZP’er, wat is dat nu?

Duidelijke informatie over de Kinderopvang